Het onderdeel jeugd heeft als doelstellingen:

  • Een dekkend netwerk van vroegsignalering.
  • Onderwijs en jeugdhulp zijn complementair. 
  • Adequate jeugdhulp die bijdraagt aan een gezond opvoedingsklimaat voor kinderen en jeugdigen.

Een dekkend netwerk van vroegsignalering
De professionals van ZuidZorg en GGD hebben contact met vrijwel alle jeugdigen uit Nuenen. Zij onderhouden contacten met de Nuenense kinderopvangcentra en basisscholen. Er zijn korte lijnen tussen ZuidZorg, GGD en het CMD. Het CMD neemt deel aan de zorgteams op scholen. Op deze wijze hopen wij problemen in de gezondheid, ontwikkeling of opvoeding van kinderen in een vroeg stadium te signaleren. Door tijdig door te verwijzen of lichte hulp in te zetten kan escalatie worden voorkomen. 

Onderwijs en jeugdhulp zijn complementair
Er zijn goede contacten tussen het CMD en het onderwijs. Hoewel beiden een eigen verantwoordelijkheid hebben, is het welzijn van de jeugdigen een gezamenlijk belang. Het CMD neemt deel aan de zorgteamoverleggen op scholen en wanneer tussentijds contact nodig is weten de scholen het CMD te vinden.   

Adequate jeugdhulp die bijdraagt aan een gezond opvoedingsklimaat voor kinderen en jeugdigen
De monitor laat de laatste jaren zien dat er een overschrijding is bij de uitgaven voor jeugd. Een deel van de uitgaven wordt gedaan na een verwijzing door (huis)artsen, de zogenaamde medische verwijsroute. In 2019 hebben we maatregelen getroffen waarmee we proberen hier meer grip op te krijgen:

  • Er is een consulent jeugd gestart bij het CMD die speciale aandacht heeft voor de aanvragen jeugdhulp via de medische verwijsroute. 
  • Medio 2019 zijn twee praktijkondersteuners jeugd gestart. Zij zijn in dienst van de gezamenlijke Nuenense huisartsen. Zij werken vanuit het CMD waardoor de samenwerking gemakkelijk verloopt. We hopen dat de artsen gerichter gaan verwijzen. 
  • Het college heeft in 2019 het medisch verwijsprotocol vastgesteld. Dit protocol is onderdeel van de contracten met zorgaanbieders. Het doel van het protocol is dat zorgaanbieders een weloverwogen afweging maken bij het bepalen van de zorginzet. Zij moeten dit vastleggen. De gemeente kan dit toetsen wanneer hier aanleiding toe is.