Meer
Publicatiedatum: 28-07-2020

Inhoud

Programma onderdelen

Lokale heffingen

Inleiding

Deze paragraaf geeft een overzicht van de diverse lokale heffingen en belastingen op hoofdlijnen.

Beleid

Bij het heffen en invorderen van belastingen zijn we onder meer gebonden aan:

  • de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen (AWR);
  • de Algemene wet bestuursrecht (Awb), (inclusief de algemene beginselen van behoorlijk bestuur);
  • de Invorderingswet 1990;
  • de Gemeentewet;
  • diverse uitvoeringsbesluiten.

De wet geeft duidelijke kaders aan voor de heffing, invordering en kwijtschelding van gemeentelijke belastingen.

Het tarievenbeleid is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:

  • Geen algemene lastenstijging. De gemiddelde lasten voor de inwoners mogen niet meer toenemen dan de inflatiecorrectie. Lastenverzwaring voor inwoners blijft achterwege en indien enigszins mogelijk zullen we de tarieven van de gemeentelijke belastingen en/of leges verlagen;
  • Streven naar kostendekkendheid in de tariefstelling voor leges en retributies;
  • Het profijtbeginsel bij de overige heffingen hanteren.

In overeenstemming met deze beleidsuitgangspunten zijn de tarieven over 2019 als volgt aangepast:

  • Bij de OZB is geen inflatiecorrectie toegepast. Bij de berekening van het tarief is rekening gehouden met de WOZ-waardeontwikkeling;
  • Leges en tarieven in de tarieventabel zijn verhoogd met de inflatiecorrectie van 2,1%;
  • Het vastrecht afvalstoffenheffing is gelijk gebleven. Het variabel tarief van gft-afval is voor alle containertypes gelijk gebleven op € 1,- per lediging. Het variabel tarief restafval is verhoogd met 15%;
  • Het tarief voor de rioolheffing is op basis van het verbreed Gemeentelijk RioleringsPlan (vGRP) verlaagd van € 1,78 in 2018 naar € 1,60 in 2019.

Definitieve (formele) vaststelling van de diverse belastingtarieven heeft plaats gevonden door vaststelling van de belastingverordeningen in de raadsvergadering van 8 november 2018.

Onroerende-zaakbelastingen

We heffen op grond van artikel 220 van de Gemeentewet twee directe belastingen op de onroerende zaken die binnen de gemeente liggen, de zogenaamde onroerendezaakbelastingen (OZB):

  • Een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt;
  • Een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.

De tarieven voor 2019 zijn bijgesteld aan de hand van de ontwikkeling van de nieuwe WOZ-waarden zodat er sprake is van een gelijkblijvende opbrengst. Alleen de areaaluitbreiding en de tariefaanpassing leiden tot een hogere opbrengst. Omdat er voor gekozen is om geen inflatiecorrectie toe te passen is de stijgende opbrengst toe te schrijven aan de areaaluitbreiding.

Kwijtscheldingsbeleid

Als mensen de verschuldigde belasting niet kunnen betalen (of met buitengewoon bezwaar), komen zij wellicht in aanmerking voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding. In het kader van de administratieve lastenverlichting voor de inwoners, toetsen we bij het inlichtingenbureau indien eerder kwijtschelding verleend is of er geen belemmering is voor het verlenen van automatische kwijtschelding. Bij geen belemmering verlenen we automatische kwijtschelding.
De kwijtscheldingsregels zijn vastgelegd in de Invorderingswet 1990 en de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. De gemeente heeft, als gevolg van artikel 255 van de Gemeentewet, slechts op 2 onderdelen beleidsvrijheid:

  • De raad kan bepalen dat er helemaal geen dan wel gedeeltelijke kwijtschelding wordt verleend;
  • De raad kan regels stellen met betrekking tot de wijze waarop de kosten van bestaan in aanmerking worden genomen die er toe leiden dat in ruimere mate kwijtschelding wordt verleend.

Op grond van het laatste onderdeel heeft de gemeente gekozen voor het voor 100% meenemen van de kosten van bestaan.
Kwijtschelding kan worden aangevraagd voor de volgende heffingen:

  • OZB;
  • Afvalstoffenheffing;
  • Rioolheffing.

Overzicht tarieven

2017 2018 2019
OZB Eigenaar Woning 0,16213% 0,1497% 0,1412%
OZB Eigenaar Niet-woning 0,24391% 0,2320% 0,2297%
OZB Gebruiker Niet-woning 0,19582% 0,1862% 0,1844%
Afvalstoffenheffing vastrecht (per jaar) 107,04 107,04 107,04
Afvalstoffenheffing 25 liter gft-afval 0,00 0,00 0,00
Afvalstoffenheffing 80, 140 of 240 liter gft-afval 1,00 1,00 1,00
Afvalstoffenheffing 25 liter restafval 1,50 1,60 1,85
Afvalstoffenheffing 80 liter restafval 5,00 5,25 6,05
Afvalstoffenheffing 140 liter restafval 9,00 9,45 10,85
Afvalstoffenheffing 240 liter restafval 15,00 15,75 18,10
Afvalstoffenheffing 60 liter ondergronds 1,90 2,00 2,30
Rioolheffing (per m³ water) 1,76 1,78 1,60

Vergelijking buurgemeenten

Son en Breugel Nuenen Eindhoven Best Geldrop-Mierlo
OZB eigenaar woning 0,0894% 0,1412% 0,1247% 0,0941% 0,0781%
OZB eigenaar niet-woning 0,1506% 0,2297% 0,2922% 0,1716% 0,1540%
OZB gebruiker niet-woning 0,1346% 0,1844% 0,2269% 0,1369% 0,1251%
Afvalstoffenheffing *) (meerpers.huishouden) 205 309 276 238 300
Rioolheffing 153 219 199 169 181

*): Diftar gemeenten worden door het COELO berekend op basis van vastrecht plus een gemiddeld aantal ledigingen (18 maal een grijze container van 140 liter en 7 maal een groene container van 140 liter). De aantallen van het COELO zijn gebaseerd op een landelijk gemiddelde. In de meeste diftar gemeenten is het gemiddelde aantal ledigingen lager. Bij de tabel hieronder, Ontwikkeling lokale lastendruk, gaan we uit van het gemiddelde aantal ledigingen in Nuenen.

Ontwikkeling lokale lastendruk

Jaar 2017 2018 2019
WOZ-waarde 280.000 296.000 314.000
Wijziging WOZ-waarde 5,71% 6,08%
OZB 454 443 443
Afvalstoffenheffing * 186 190 201
Rioolheffing # 241 244 219
Totaal 881 877 863
Lastenontwikkeling -0,50% -1,60%

*) Uitgangspunt hierbij is het gemiddeld aantal ledigingen restafvalcontainers en gft-afvalcontainers
in Nuenen, herrekend naar alsof er alléén 140-liter containers zijn.
(#): Uitgangspunt hierbij is het gemiddelde waterverbruik per huishouden van 137m³.

Afvalstoffenheffing

De gemeente is verplicht huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. Op grond van artikel 15.33 van de Wet milieubeheer en de Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten wordt afvalstoffenheffing geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel waarvoor de gemeente verplicht is huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. De tarieven van de afvalstoffenheffing zijn verdeeld in twee componenten:

  1. een vast deel: Hiertoe behoren kosten die niet in de invloedssfeer liggen van de individuele inwoners zoals de kosten van de milieustraat, glas-, papier- en plasticinzameling;
  2. een variabel deel: Het gaat hier om het zogenaamd “de vervuiler betaalt” principe; hoe vaker iemand zijn rest- en gft-afval aanbiedt, hoe hoger de kosten voor deze aanbieder zijn.

Reinigingsrechten worden geheven van niet-woningen (bedrijven) die hebben aangegeven gebruik te maken van de inzameldienst voor huishoudelijke afvalstoffen. Het betreft hier geen bedrijfsafval.

Rioolheffing

Op grond van artikel 228a van de Gemeentewet wordt een rioolheffing geheven. De rioolheffing wordt opgelegd aan de gebruiker van een eigendom van waaruit afvalwater direct of indirect via de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd.
De tarieven van de rioolheffing worden zodanig vastgesteld dat de geraamde kosten niet boven de geraamde baten uitkomen. We streven ernaar dat de kosten voor 100% worden gedekt door de opbrengsten uit de heffingen. De grondslag voor de rioolheffing is het drinkwatergebruik. Dit staat ter discussie en daarom werken we in 2020 aan een andere grondslag.

Kostendekkendheid rioolheffing en afvalstoffenheffing

Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording zijn gemeenten verplicht inzichtelijk te maken hoe bij de berekening van tarieven en heffingen wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de geraamde lasten niet overschrijden. De tarieven mogen dus hoogstens kostendekkend zijn. Daarnaast moeten we de beleidsuitgangspunten die ten grondslag liggen aan deze berekeningen vermelden en de manier waarop we deze uitgangspunten bij de tariefstellingen hanteren.
Met onderstaande tabel verantwoorden we of de heffingen (afvalstoffenheffing en rioolheffing) inderdaad kostendekkend zijn geweest, ofwel of de werkelijke baten de gerealiseerde lasten niet hebben overschreden. Per heffing worden de totale baten en lasten en het gerealiseerde dekkendheidspercentage weergegeven.

Dekkendheid rioolheffing 2019
Riolering taakveld 7.2
Beheer en onderhoud riolering 656.662
Kapitaallasten 484.748
Mutatie voorziening 266.102
Totaal kosten riolering taakveld 7.2 1.407.512
Toerekenbare kosten vanuit andere taakvelden
Overhead taakveld 0.4 147.129
Kwijtschelding taakveld 6.3 50.471
Straatreiniging taakveld 2.1 211.020
Watertaken taakveld 5.7 119.366
BTW taakveld 0.11* 314.000
Totaal toerekenbaar 841.986
Totaal lasten 2.249.498
Opbrengst rioolheffing** 2.241.108
Overige opbrengsten 8.390
Baten totaal taakveld 7.2 2.249.498
Dekkendheidpercentage riool 100%
* De omzetbelasting rekenen we conform artikel 229B van de Gemeentewet toe. Deze toerekening is het gevolg van de invoering van het Btw-compensatiefonds in 2003. Vanaf dat moment werd de Btw compensabel en werd tegelijkertijd het gemeentefonds hiervoor verlaagd.
** De opbrengsten zijn gebaseerd op een tarief per M3 water.
Dekkendheid afvalstoffenheffing 2019
Afval taakveld 7.3
Lasten milieustraat 507.647
Lasten overige afvalstromen 1.235.573
Kapitaallasten 29.668
Mutatie voorziening* 0
Totaal kosten afval taakveld 7.3 1.772.888
Toerekenbare kosten vanuit andere taakvelden
Overhead taakveld 0.4 189.453
Kwijtschelding taakveld 6.3 63.616
Straatreiniging taakveld 2.1 134.458
BTW taakveld 0.11 349.045
Totaal toerekenbaar 736.572
Totaal lasten 2.509.460
Opbrengst afvalstoffenheffing 1.827.994
Baten milieustraat 95.545
Baten overige afvalstromen 323.268
Baten totaal taakveld 7.3 2.246.807
Dekkendheidpercentage afval 90%
*De mutatie voorziening staat op € 0,-. Dit komt doordat er via een amendement op de jaarrekening 2018 € 250.000,- is gestort in de voorziening en via de jaarrekening 2019 € 250.000,- is onttrokken aan de voorziening. Beide mutaties vinden plaats in boekjaar 2019. Omdat de voorziening afval niet toereikend was voor het gehele negatieve resultaat op de gesloten exploitatie afval is € 12.653,- ten laste gebracht van de algemene dienst.

Leges

Als de gemeente een bepaalde dienst levert kunnen daarvoor leges worden geheven. De raad stelt de tarieven jaarlijks vast in de Tarieventabel bij de Legesverordening. Net als riool- en afvalstoffenheffing moeten de tarieven dusdanig worden vastgesteld dat de geraamde baten niet boven de geraamde lasten uitkomen. Er mag geen winst gemaakt worden. Voor deze heffingen wordt gestreefd naar een 100% kostendekkend tarief. Bij de vaststelling van een aantal tarieven, zoals voor reisdocumenten, moet rekening gehouden worden met door het Rijk vastgestelde maximumtarieven.
De leges worden in principe jaarlijks verhoogd met de daarvoor geldende inflatiecorrectie, met uitzondering van de leges/tarieven die zijn vastgesteld door het Rijk en in MRE-verband.

Kostendekkendheid leges

Op grond van het BBV moeten gemeenten inzichtelijk maken dat de tarieven en heffingen hoogstens kostendekkend zijn.
Per hoofdstuk van de legesverordening 2019 is hieronder de kostendekkendheid weergegeven op basis van de gerealiseerde baten en lasten. Alleen hoofdstukken vanuit de modelverordening die zijn opgenomen in de legesverordening van Nuenen zijn opgenomen. Per titel in de legesverordening wordt gestreefd naar maximale kostendekkendheid, ondanks dat jurisprudentie de legesverordening als één geheel ziet en dus de legesverordening als geheel maximaal kostendekkend mag zijn. Tussen afzonderlijke hoofdstukken binnen een titel mag kruissubsidiëring worden toegepast. Opbrengsten uit leges van een bepaald hoofdstuk mogen kosten binnen een ander hoofdstuk compenseren.

Onderstaande overzichten geven aan dat de leges hoogstens kostendekkend zijn.
De lasten zijn uitgesplitst in salaris, overhead en directe lasten. Hierbij is rekening gehouden met jurisprudentie over hetgeen wel en niet aan de leges mag worden toegerekend.
De salarislasten en overhead in titel 1 zijn toegerekend vanuit het taakveld 0.2 Burgerzaken. Op basis van de toegerekende salarislasten is het opslagpercentage voor de overhead bepaald.

 

Baten Salaris Overhead Lasten Percentage
Titel 1 Algemene Dienstverlening
Hoofdstuk 1 Burgerlijke stand -51.732 35.019 33.537 3.010 72%
Hoofdstuk 2 Reisdocumenten -120.153 93.383 89.433 57.143 50%
Hoofdstuk 3 Rijbewijzen -118.772 73.928 70.801 56.822 59%
Hoofdstuk 4 Verstrekkingen uit de Basisregistratie personen -5.209 35.019 33.537            - 8%
Hoofdstuk 7 Bestuursstukken               -              -               -            -
Hoofdstuk 8 Vastgoedinformatie               - 7.782 7.453            - 0%
Hoofdstuk 9 Overige publiekszaken -14.370 38.910 37.264 18.848 15%
Hoofdstuk 10 Gemeentearchief               - 7.782 7.453            - 0%
Hoofdstuk 11 Huisvestingswet               -              -               -            -
Hoofdstuk 12 Leegstandswet -121 7.782 7.453            - 1%
Hoofdstuk 16 Kansspelen               - 11.673 11.179            - 0%
Hoofdstuk 17 Telecommunicatie -55.837 7.782 7.453            - 367%
Hoofdstuk 18 Verkeer en vervoer -3.381 11.673 11.179            - 15%
Hoofdstuk 19 Kinderopvang               - 7.780 7.453            - 0%
Hoofdstuk 20 Diversen -1.349 23.346 22.358            - 3%
Totaal titel 1 -370.925 361.859 346.553 135.824 44%

De salarislasten en overhead in titel 2 zijn (voornamelijk) toegerekend vanuit het taakveld 8.3 Wonen en Bouwen, waaronder de bouwvergunningen vallen. Ook hier is op basis van de toegerekende salarislasten de overhead bepaald. De baten en lasten binnen titel 2 van de legesverordening hebben voornamelijk betrekking op hoofdstuk 2 en 3, vandaar is vanwege de samenhang besloten alle lasten toe te rekenen aan hoofdstuk 3 binnen titel 2 en is dit niet verder uitgesplitst.

 

Baten Salaris Overhead Lasten Percentage
Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving / omgevingsvergunningen
Hoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen                -                -                -            -
Hoofdstuk 2 Principe verzoek / vooroverleg / beoordeling conceptaanvraag               -                -                -            -
Hoofdstuk 3 Omgevingsvergunning -468.573 313.376 300.120 98.882 66%
Hoofdstuk 4 Vermindering               -                -                -            -
Hoofdstuk 5 Teruggaaf               -                -                -            -
Hoofdstuk 6 Intrekking omgevingsvergunning               -                -                -            -
Hoofdstuk 7 Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project               -                -                -            -
Hoofdstuk 8 Bestemmingswijzigingen zonder activiteiten               -                -                -            -
Hoofdstuk 10 In deze titel niet benoemde beschikking               -                -                -            -
Hoofdstuk 11 Gefaseerde bouwvergunning, tweede fase               -                -                -            -
Totaal titel 2 -468.573 313.376 300.120 98.882 66%

De salarislasten en overhead in titel 3 zijn voornamelijk toegerekend vanuit het taakveld 0.2 Burgerzaken. 

 

Baten Salaris Overhead Lasten Percentage
Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn
Hoofdstuk 1 Horeca -4.048 7.782 7.453                - 27%
Hoofdstuk 2 Organiseren evenementen of markten -337 11.673 11.179                - 1%
Hoofdstuk 3 Seksbedrijven                -                -                -                -
Hoofdstuk 5 Marktstandplaatsen                - 3.891 3.726                - 0%
Hoofdstuk 6 Winkeltijdenwet                - 3.891 3.726                - 0%
Hoofdstuk 7 ln deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking                -                -                -                -
Totaal titel 3 -4.385 27.237 26.085                - 8%

Overige belastingen

Baatbelasting
Als de gemeente voorzieningen aanlegt waar maar een deel van de inwoners (bijzonder) bij gebaat zijn, dan kan de gemeente hen een baatbelasting opleggen. De belasting wordt ineens dan wel jaarlijks geheven gedurende maximaal 30 achtereenvolgende jaren. Momenteel is nog maar één baatbelasting van kracht. De betreffende voorziening is de aanleg van de rotonde op de Europalaan (“industrieterrein Berkenbos”).

Toeristenbelasting
Op grond van artikel 224 van de Gemeentewet wordt toeristenbelasting geheven van diegene die mensen tegen vergoeding laat overnachten. Het geldt alleen als de persoon die hier verblijft geen inwoner van de gemeente is.

Vermakelijkhedenretributie
Vermakelijkhedenretributie wordt geheven bij de organisatoren van evenementen waarbij entree wordt geheven. Deze retributie wordt pas geheven als er meer dan 2.000 betalende bezoekers het evenement hebben bezocht. Deze retributie wordt geheven omdat er gebruik wordt gemaakt van door of met medewerking van het gemeentebestuur tot stand gebrachte of gehouden voorzieningen.

Marktgelden
Marktgelden worden geheven van degene die een standplaats inneemt (of van degene aan wie een standplaats is toegewezen) op de wekelijkse warenmarkt. Marktgelden zijn afhankelijk van het aantal strekkende meters frontlengte van de standplaats.

Reclamebelasting
Reclamebelasting wordt geheven in het vastgestelde centrumgebied ten behoeve van de voeding van het ondernemersfonds.