Inleiding
In deze paragraaf wordt kort toegelicht welke uitgangspunten zijn gebruikt voor de berekeningen in deze meerjarenbegroting. Ook worden afwijkingen ten opzichte van voorgaande jaren toegelicht.
Indexcijfers
Regionaal zijn afspraken gemaakt over indexcijfers. Op die manier hanteren alle regiogemeenten en de grootste gemeenschappelijke regelingen dezelfde indexering. Voor de begroting 2020-2023 zijn de volgende indexcijfers gebruikt:
Indexcijfers MJB 2021-2024 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 |
---|---|---|---|---|
Loonkostenindex | 2,8% | 2,8% | 2,8% | 2,8% |
Materiële kostenindex | 1,6% | 1,6% | 1,6% | 1,6% |
Voor de gewogen kostenontwikkeling komen we dan op:
Tariefopbrengsten / inkomsten | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 |
---|---|---|---|---|
Gewogen kostenontwikkeling | 2,2% | 2,2% | 2,2% | 2,2% |
Rente
De rente moet volgens het nieuwe BBV jaarlijks opnieuw worden herrekend. Basis is de jaarrekening 2018. De geldende rentepercentages voor deze meerjarenbegroting 2020-2023 zijn opgenomen in de paragraaf Financiering.
In de nota reserves en voorzieningen van februari 2019 heeft uw raad besloten niet langer bespaarde rente te berekenen en toe te rekenen aan de reserves. Dit is in lijn met de aanbevelingen van de commissie BBV. We rekenen dan alleen met werkelijke betaalde rente en geen fictieve rente.
Het totaal van de rentelasten en rentebaten en het gebruikte rentepercentage is opgenomen in de paragraaf Financiering.
Algemene uitkering
Voor de algemene uitkering volgen we de circulaires gemeentefonds. De begroting is gebaseerd op de meicirculaire 2019. De gevolgen van de septembercirculaire 2019 worden met de 1e begrotingswijziging van 2020 verwerkt, vast te stellen gelijktijdig met deze begroting.