Meer
Publicatiedatum: 20-01-2020

Inhoud

Programma onderdelen

Financiering

Inleiding

Het opstellen van de paragraaf financiering in de begroting en de jaarstukken is in zowel het BBV als in de wet Fido verplicht gesteld. Financiering betreft de wijze waarop de gemeente Nuenen de benodigde geldmiddelen aantrekt en (tijdelijke) overtollige geldmiddelen belegt. De uitvoering van deze paragraaf vindt plaats binnen de wettelijke kaders van het BBV en de wet Fido. Naast deze wetgeving is een treasurystatuut vastgesteld. In dit statuut zijn nadere regels opgenomen om daarmee de financieringsfunctie te sturen, te beheersen en te controleren. De paragraaf geeft inzicht in de rentelasten en -baten, het renteresultaat, de financieringsbehoefte en de wijze waarop rente wordt toegerekend aan investeringen, grondexploitaties en projecten. De bedragen in onderstaande tabellen moeten vermenigvuldigd worden met € 1.000,-.

Interne en externe ontwikkelingen

Extern
De ECB zal het monetaire beleid naar verwachting verder verruimen. De lange rentetarieven blijven daardoor op zeer lage niveaus.

Intern
Voor de begroting zijn de volgende interne rentepercentages gebruikt, de berekening volgens BBV:

Renteschema %
Bespaarde rente over reserves nvt
Bespaarde rente over voorziening verliesgevende complexen bouwgrond 2,00%
Rente grondexploitatie 0,61%
Rente activa 0,50%

In onderstaand schema is het renteresultaat berekend volgens BBV:

Renteschema 2020 2021 2022 2023
De externe rentelasten over de aangetrokken geldleningen niet zijnde projectfinanciering 656 569 158 139
De externe rentelasten over de aangetrokken geldleningen voor projectgefinancierde grondexploitatie 0 0 0 0
De externe rentelasten over de aangetrokken geldleningen die doorgezet zijn aan derden 112 94 75 55
De externe rentelasten over de aangetrokken geldleningen voor projectgefinancierd overig 0 0 0 0
De externe rentelasten over de verwachte nieuw aan te trekken korte en lange financiering 0 0 368 411
De externe rentebaten -47 -64
Saldo rentelasten en rentebaten 721 599 601 605
De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend -418 -296 -288 -299
De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend 0 0 0 0
De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend -112 -94 -75 -55
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente -530 -390 -362 -354
Rente over eigen vermogen 0 0 0 0
Rente over voorzieningen 86 88 90 92
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente 278 298 328 343
De aan taakvelden toegerekende rente -278 -298 -328 -343
Renteresultaat op het taakveld treasury 0 0 0 0

Het genoemde renteresultaat komt terug op het taakveld treasury, maar is niet het enige resultaat op dat taakveld. Ook bijvoorbeeld ontvangen dividend wordt geraamd op het taakveld, maar maakt geen onderdeel uit van het renteschema.

Financieringsbehoefte

Op basis van de begroting 2020 wordt een meerjarenfinancieringsbehoefte opgesteld.

Boekwaarde 1-1 2020 2021 2022 2023
Activa 58.825 62.477 68.612 71.419
Grondexploitaties 50.729 31.979 26.734 24.463
Geldleningen OG -33.194 -22.272 -21.332 -7.393
Reserves en voorzieningen -46.591 -45.675 -45.503 -45.262
29.770 26.508 28.511 43.227

Uit bovenstaand schema blijkt dat de komende jaren tussen de € 25 en € 45 miljoen gefinancierd moet worden.

Beleidsvoornemen financiering
Het beleid is erop gericht om de financieringsbehoefte af te dekken met kortlopende financiering, omdat de rente op de kortlopende middelen lager is dan de rente op langlopende middelen. Hierbij wordt rekening gehouden met de kasgeldlimiet. Deze bepaalt dat de gemiddelde vlottende schuld, over drie maanden gezien, niet boven de 8,5% van het begrotingstotaal mag uitkomen. Gezien de rentevisie, waarbij er vanuit wordt gegaan dat de rente dit jaar laag blijft en komende jaren licht kan gaan oplopen, kan voorlopig aan deze strategie worden vastgehouden. Zodra de rentevisie wijzigt en uitgaat van een stijgende rente op korte termijn, kan de overweging gemaakt worden om een groter deel van de financieringsbehoefte te financieren met langlopende leningen.

Renterisicobeheer

De overheid heeft twee instrumenten voor het toetsen van het renterisico: de kasgeldlimiet en de renterisiconorm.

Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet vormt de bovengrens waarmee een tijdelijk liquiditeitstekort gefinancierd kan en mag worden met een kortlopende geldlening (korter dan 1 jaar). Als het liquiditeitstekort een structureel karakter draagt moet een langlopende geldlening worden aangetrokken. Indien voor het derde achtereenvolgende kwartaal de kasgeldlimiet wordt overschreden moet de toezichthouder hiervan op de hoogte worden gesteld. Ook moet de kwartaalrapportage en een plan om binnen de kasgeldlimiet te blijven ter goedkeuring worden voorgelegd aan de toezichthouder. De kasgeldlimiet is vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal.

Stap Omschrijving 2020
Bepalen toegestane kasgeldlimiet
Omvang begrotingstotaal 68.266
Percentage regeling 8,50%
1 Toegestane kasgeldlimiet 5.803
Vlottende korte schuld
Opgenomen gelden < 1 jaar 4.500
Schuld in rekening courant 0
Gestorte gelden door derden < 1 jaar 6
Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld 0
2 Totaal vlottende korte schuld 4.506
Vlottende middelen
Contante gelden in kas 2
Tegoeden in rekening courant 403
Overige uitstaande gelden < 1 jaar 6
3 Totaal vlottende middelen 410
4 Totaal netto vlottende schuld (2-3) 4.096
Ruimte(+)/Overschrijdingen(-) (1-4) 1.706

Voor 2020 is er een liquiditeitstekort en wordt met kasgeldleningen gewerkt tot de bovengrens van de kasgeldlimiet.

Renterisiconorm
De renterisiconorm stelt een grens aan het te lopen renterisico op de vaste schuld. De risiconorm houdt in dat de jaarlijkse verplichte aflossingen en renteherzieningen niet hoger mogen zijn dan 20% van het begrotingstotaal (zie tabel hieronder).

Stap Omschrijving 2020 2021 2022 2023
1 Renteherzieningen 0 0 0 0
2 Aflossingen 10.922 940 13.939 458
3 (1+2) Renterisico 10.922 940 13.939 458
4 Begrotingstotaal 68.266 54.118 52.093 53.294
5 Percentage regeling 20% 20% 20% 20%
6 (4 x 5) Renterisiconorm 13.653 10.824 10.419 10.659
7 Ruimte(+)/Overschrijdingen(-)             2.732              9.884            -3.520             10.201

Voor 2022 is er geen ruimte om lang geld aan te trekken volgens de renterisiconorm.

Leningenportefeuille

Een belangrijk onderdeel van het financieringsbeleid vormt de omvang, flexibiliteit, gemiddelde looptijd en rentegevoeligheid van de leningenportefeuille. De leningenportefeuille van de gemeente ziet er als volgt uit:

Opgenomen langlopende leningen
looptijd rente oorspronkelijk 1-1-2020 31-12-2020
Leningverstrekker van t/m
BNG 1996 2021 3,97% 282 38 19
BNG 2012 2022 3,17% 13.500 13.500 13.500
NWB 2013 2020 1,72% 23.000 8.000 500
BNG 2014 2020 0,80% 9.000 3.000 0
NWB 2015 2027 1,21% 220 150 132
Provincie 2017 2027 -0,00% 2.321 2.161 2.161
BNG 2005 2022 3,95% 3.500 3.500 3.500
Totaal 51.822 30.349 19.812
Opgenomen langlopende leningen tbv woningbouw
looptijd rente oorspronkelijk 1-1-2020 31-12-2020
Leningverstrekker van t/m
BNG 1991 2041 3,93% 1.180 877 851
BNG 2004 2024 4,59% 5.800 1.968 1.609
Totaal 6.980 2.845 2.460