Financiering

Inhoud

Inleiding

Financiering is de manier waarop wij de benodigde geldmiddelen aantrekken en (tijdelijke) overtollige geldmiddelen beleggen. Dit gebeurt binnen de wettelijke kaders van het BBV en de wet Fido. Naast deze wetgeving geldt voor de gemeente een Treasurystatuut. Dit statuut bevat regels om de financieringsfunctie te sturen, beheersen en controleren. De bedragen in onderstaande tabellen moeten vermenigvuldigd worden met € 1.000,-. Door de afronding op duizendtallen kunnen er afrondingsverschillen ontstaan.

Conform het nieuwe BBV moet deze paragraaf inzicht geven in de rentelasten en -baten, het renteresultaat, de financieringsbehoefte en de wijze waarop rente wordt toegerekend aan investeringen, grondexploitaties en projecten. Toerekening aan de taakvelden is gedaan met de rentepercentages die hieronder zijn genoemd.

Interne- en externe ontwikkelingen

De ECB heeft in 2020 een ruim monetair beleid gevoerd en de rentetarieven zijn laag gebleven.

De EMU-tekortruimte voor gemeenten in 2020 is vastgesteld op - 0,27% BBP.
De individuele EMU-referentiewaarde voor Nuenen is voor 2020 vastgesteld op € 2.646.000,-. Dit betreft geen norm maar een indicatie van het aandeel dat de gemeente in de gezamenlijke tekortnorm heeft.

Omschrijving 2020
1 Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves 650
2 Mutatie (im)materiële vaste activa -3.275
3 Mutatie voorzieningen 1.163
4 Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) 6.193
5 Verwachte boekwinst bij verkoop effecten en verwachte boekwinst bij verkoop (im)materiële vaste activa 0
EMU-saldo 4.731

 

De renteberekening voor activa mag conform BBV 25% afwijken op basis van begroting en werkelijkheid. Met de begrotingswijziging behorende bij de jaarrekening 2019 is de rekenrente voor activa aangepast en basis van werkelijkheid blijft deze gelijk. De rente op bouwgrondexploitaties wordt bij de jaarrekening op werkelijke basis toegerekend.

Renteschema Begroting Realisatie
Bespaarde rente over voorziening verliesgevende complexen bouwgrond 2,00% 2,00%
Rente grondexploitatie 0,61% 0,35%
Rente activa 0,50% 0,50%

 

In onderstaand schema is het renteresultaat berekend volgens BBV:

Stap Renteschema 2020 Totaal 2020
De externe rentelasten over de aangetrokken geldleningen niet zijnde projectfinanciering 499
De externe rentelasten over de aangetrokken geldleningen voor projectgefinancierde grondexploitatie 0
De externe rentelasten over de aangetrokken geldleningen die doorgezet zijn aan derden 112
De externe rentelasten over de aangetrokken geldleningen voor projectgefinancierd overig 0
De externe rentelasten over de verwachte nieuw aan te trekken korte en lange financiering -25
De externe rentebaten -14
Rente voorzieningen 53
1 Saldo rentelasten en rentebaten 625
De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend -272
De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend 0
De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend -112
2 Aan taakvelden toe te rekenen externe rente -384
3 Rente over eigen vermogen 0
4 Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente (1+2+3) 241
5 De aan taakvelden toegerekende rente -235
Renteresultaat op het taakveld treasury (4+5) 5

Het genoemde renteresultaat komt terug op het taakveld treasury, maar is niet het enige resultaat op dat taakveld. Ook bijvoorbeeld ontvangen dividend wordt geraamd op het taakveld, maar maakt geen onderdeel uit van het renteschema.

Financieringsbehoefte

Beleidsvoornemen financiering

Het beleid van 2020 is erop gericht om de financieringsbehoefte af te dekken met kortlopende financiering omdat de rente op de kortlopende middelen lager is dan de rente op langlopende middelen. We houden daarbij rekening met de kasgeldlimiet, die bepaalt dat de gemiddelde vlottende schuld, over 3 maanden gezien, niet boven de 8,5% van het begrotingstotaal mag uitkomen. Gezien de rentevisie, waarbij er vanuit wordt gegaan dat de rente dit jaar laag blijft en komende jaren licht kan gaan oplopen, kan voorlopig aan deze strategie worden vastgehouden. Zodra de rentevisie wijzigt en uitgaat van een stijgende rente op korte termijn kan de overweging gemaakt worden om een groter deel van de financieringsbehoefte te financieren met langlopende leningen.

Liquiditeit

In 2020 zijn de liquide middelen met kasgeldleningen gefinancierd met een rente lager dan 0%.

Renterisicobeheer

De overheid heeft twee instrumenten voor het toetsen van het renterisico: de kasgeldlimiet en de renterisiconorm.

Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet vormt de bovengrens waarmee een tijdelijk liquiditeitstekort gefinancierd kan en mag worden met een kortlopende geldlening (korter dan 1 jaar). Als het liquiditeitstekort een structureel karakter draagt moet een langlopende geldlening worden aangetrokken. Indien voor het derde achtereenvolgende kwartaal de kasgeldlimiet wordt overschreden moet de toezichthouder hiervan op de hoogte worden gesteld. Ook moet de kwartaalrapportage en een plan om binnen de kasgeldlimiet te blijven ter goedkeuring worden voorgelegd aan de toezichthouder. De kasgeldlimiet is vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal.

Stap Omschrijving Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4
Bepalen toegestane kasgeldlimiet
Omvang begrotingstotaal per 2020 67.996 67.996 67.996 67.996
Percentage regeling 8,50% 8,50% 8,50% 8,50%
1 Toegestane kasgeldlimiet 5.780 5.780 5.780 5.780
Vlottende korte schuld
Opgenomen gelden < 1 jaar 5.000 7.333 10.333 25.000
Schuld in rekening courant 373 0 0 0
Gestorte gelden door derden < 1 jaar 6 66 96 66
Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld 0 0 0 0
2 Totaal vlottende korte schuld 5.379 7.399 10.429 25.066
Vlottende middelen
Contante gelden in kas 11 23 39 31
Tegoeden in rekening courant 1.087 5.677 3.030 6.442
Overige uitstaande gelden < 1 jaar 0 0 0 0
3 Totaal vlottende middelen 1.098 5.700 3.069 6.473
4 Totaal netto vlottende schuld (2-3) 4.281 1.699 7.360 18.593
Ruimte(+)/Overschrijdingen(-) (1-4) 1.499 4.081 -1.580 -12.813

Renterisiconorm
De renterisiconorm stelt een grens aan het te lopen renterisico op de vaste schuld. De risiconorm houdt in dat de jaarlijkse verplichte aflossingen en renteherzieningen niet hoger mogen zijn dan 20% van het begrotingstotaal (zie tabel hieronder).

Stap Omschrijving Begroting Begroting na wijziging
1 Renteherzieningen 0 0
2 Aflossingen 10.922 31.445
3 (1+2) Renterisico 10.922 31.445
4 Begrotingstotaal 2020 67.996 77.439
5 Percentage regeling 20% 20%
6 (4 x 5) Renterisiconorm 13.599 15.488
7 Ruimte(+)/Overschrijdingen(-) 2.678 -15.957

Leningenportefeuille

Een belangrijk onderdeel van het financieringsbeleid vormt de omvang, flexibiliteit, gemiddelde looptijd en rentegevoeligheid van de leningenportefeuille. De leningenportefeuille van de gemeente ziet er als volgt uit:

Opgenomen langlopende leningen
Leningverstrekker Looptijd rente oorspronkelijk 1-1-2020 31-12-2020
Van t/m
BNG 2013 2020 1,72% 23.000 8.000 0
BNG 2014 2020 0,80% 9.000 3.000 0
BNG 2019 2020 -0,38% 20.000 20.000 0
BNG 1996 2021 3,97% 282 38 19
BNG 2012 2022 3,17% 13.500 13.500 13.500
BNG 2005 2022 3,95% 3.500 3.500 3.500
BNG 2019 2024 -0,32% 30.000 30.000 30.000
NWB 2015 2027 1,21% 220 150 132
Prov. NB 2017 2027 0,00% 2.321 2.137 2.113
Totaal 101.822 80.325 49.264
Opgenomen langlopende leningen tbv woningbouw
Omschrijving Looptijd rente oorspronkelijk 1-1-2020 31-12-2020
Van t/m
BNG 1991 2041 3,93% 1.180 1.968 1.609
NWB 2004 2024 4,59% 5.800 877 851
Totaal 6.980 2.845 2.460
Publicatiedatum: 09-06-2021

Inhoud