Toelichting op de financiële positie

Inleiding

In deze paragraaf wordt kort toegelicht welke uitgangspunten zijn gebruikt voor de berekeningen in deze meerjarenbegroting. Ook worden afwijkingen ten opzichte van voorgaande jaren toegelicht.

 

Indexcijfers

Regionaal zijn afspraken gemaakt over indexcijfers. Op die manier hanteren alle regiogemeenten en de grootste gemeenschappelijke regelingen dezelfde indexering. Voor de begroting 2023-2026 zijn de volgende indexcijfers gebruikt:

Indexcijfers MJB 2023-2026 2023 2024 2025 2026
Loonkostenindex 2,5% 2,5% 2,5% 2,5%
Materiële kostenindex 1,9% 1,9% 1,9% 1,9%

Voor de gewogen kostenontwikkeling komen we dan op:

Tariefopbrengsten / inkomsten 2023 2024 2025 2026
Gewogen kostenontwikkeling 2,2% 2,2% 2,2% 2,2%

Rente

De rente wordt overeenkomstig de BBV-richtlijnen jaarlijks opnieuw berekend. Basis is de jaarrekening 2021. De geldende rentepercentages voor deze meerjarenbegroting 2023-2026 zijn opgenomen in de paragraaf Financiering.

In de nota reserves en voorzieningen van februari 2019 heeft uw raad besloten niet langer bespaarde rente te berekenen en toe te rekenen aan de reserves. Dit is in lijn met de aanbevelingen van de commissie BBV. We rekenen alleen met werkelijke betaalde rente en geen fictieve rente. Het totaal van de rentelasten en rentebaten en het gebruikte rentepercentage is opgenomen in de paragraaf Financiering.

Algemene uitkering

Voor de algemene uitkering volgen we de circulaires gemeentefonds. Volgens de landelijke richtlijnen moet de begroting 2023 gebaseerd zijn op de meicirculaire 2022 of de septembercirculaire 2022. Onze voorkeur is altijd om de septembercirculaire te verwerken, om te voorkomen dat kort na het vaststellen van de begroting al een begrotingswijziging moet worden gemaakt. De septembercirculaire 2022 verschijnt relatief laat omdat Prinsjesdag laat valt. Dat betekent dat we de gevolgen van deze circulaire niet direct in de begroting kunnen verwerken, omdat de begroting dan al gereed is en het besluitvormingsproces is gestart. Het streven is om tegelijk met het aanbieden van de begroting 2023 aan de raad de informatie van de septembercirculaire 2022 mee te sturen, met een voorstel tot verwerking ervan in de begroting.

Stelposten en taakstellingen

 

Wij hebben geen taakstellingen begroot, wel stelposten.

In een aantal gevallen begroten we stelposten, die nog niet bij een bepaald taakveld konden worden ondergebracht en daarom (voorlopig) op taakveld 0.8 Overige baten en  lasten zijn geplaatst. Het gaat hierbij veelal om bedragen waarvoor wij geld in de algemene uitkering hebben ontvangen. Ook voor inflatie, voor zover nog niet in de taakvelden zelf is doorgerekend, beschikken we over een stelpost.

Overzicht stelposten (onderdeel van taakveld 0.8 Overige baten en lasten) 2023 2024 2025 2026
Stelpost prijsstijging (basis) 72.789 144.943 214.822 276.797
Stelpost loonstijging (basis) 25.413 375.968 804.852 1.265.358
Aanvullende stelpost inflatie obv meicirc.2022 1.434.735 2.119.056 2.486.642 1.965.773
Stelpost kapitaallasten tbv stijging bouw/investeringskosten (uit stelpost inflatie meicirculaire 2022) 10.000 20.000 20.000 20.000
Stelpost kapitaallasten te activeren uren 22.249 22.249 22.249 22.249
Meicirculaire 2021: Stelpost Wet Open Overheid 115.000 129.000 143.000 143.000
Septembercirculaire 2021: interventieteams 2.144 2.144 2.144 2.144
Septembercirculaire 2021: toezicht gastouders 5.720 5.720 5.720 5.720
Stelpost salarissen zorg obv decembercirculaire 2021 83.491 85.025 87.433 90.197
Totaal 1.771.541 2.904.105 3.786.862 3.791.238