Inleiding
In deze paragraaf wordt kort toegelicht welke uitgangspunten zijn gebruikt voor de berekeningen in
deze meerjarenbegroting. Ook worden afwijkingen ten opzichte van voorgaande jaren toegelicht.
Indexcijfers
Voor de begroting 2019-2022 zijn de volgende indexen gebruikt:
Indexcijfers MJB 2021-2024 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 |
---|---|---|---|---|
Loonkostenindex | 2,8% | 2,8% | 2,8% | 2,8% |
Materiële kostenindex | 1,6% | 1,6% | 1,6% | 1,6% |
Voor de gewogen kostenontwikkeling komen we dan op:
Tariefopbrengsten / inkomsten | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 |
---|---|---|---|---|
Gewogen kostenontwikkeling | 2,2% | 2,2% | 2,2% | 2,2% |
Rente
De rente moet volgens het nieuwe BBV jaarlijks opnieuw worden herrekend. Basis is de jaarrekening 2017. Voor de begroting 2019-2022 zijn de volgende rentepercentages berekend:
Renteschema | % |
---|---|
Bespaarde rente over reserves | 1,49% |
Bespaarde rente over voorziening verliesgevende complexen bouwgrond | 2,00% |
Rente grondexploitatie | 1,11% |
Rente (deels) projectgefinancierde activa | 1,23% |
Rente activa | 2,00% |
Reserves en voorzieningen dienen ter (interne) financiering van gemeentelijke investeringen. De rente over dit vermogen hoeft uiteraard niet uitgekeerd te worden aan externen (bank) maar blijft beschikbaar binnen de gemeentelijke boekhouding. Daarom spreken we van bespaarde rente. Bij de begroting 2017 is vastgesteld dat we alleen bespaarde rente berekenen over de reserves.
Het totaal van de rentelasten en rentebaten en het gebruikte rentepercentage is opgenomen in de paragraaf Financiering.
Algemene uitkering
Voor de algemene uitkering volgen we de circulaires gemeentefonds. De mutaties als gevolg van de decembercirculaire 2017 en maart- en meicirculaire 2018 zijn in de begroting verwerkt.