Meer
Publicatiedatum: 15-11-2018

Inhoud

Programma onderdelen

Lokale heffingen

Inleiding

Deze paragraaf geeft een overzicht van de diverse lokale heffingen en belastingen op hoofdlijnen.

Beleid

Bij het heffen en invorderen van belastingen zijn we onder meer gebonden aan:

  • de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen (AWR);
  • de Algemene wet bestuursrecht (Awb), (inclusief de algemene beginselen van behoorlijk bestuur);
  • de Invorderingswet 1990;
  • de Gemeentewet;
  • diverse uitvoeringsbesluiten.

De wet geeft duidelijke kaders aan voor de heffing, invordering en kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Het maken van uitzonderingen op wettelijke regels is niet toegestaan. Dit om rechtsongelijkheid voor de inwoners te voorkomen.

Het tarievenbeleid is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:

  • Geen algemene lastenstijging. De gemiddelde lasten voor de inwoners mogen niet meer toenemen dan de inflatiecorrectie. Lastenverzwaring voor inwoners blijft achterwege en indien enigszins mogelijk zullen we gemeentelijke belastingen, tarieven, heffingen en/of leges verlagen;
  • Streven naar kostendekkendheid in de tariefstelling voor leges en retributies;
  • Het profijtbeginsel bij de overige heffingen hanteren.

In overeenstemming met deze beleidsuitgangspunten stellen wij voor de tarieven over 2019 als volgt aan te passen:

  • Voor de OZB stellen wij voor om rekening te houden met de WOZ-waardeontwikkeling en de tarieven met inflatiecorrectie van 2,1% te verhogen;
  • Vervolgens voeren wij een verlaging van het OZB-tarief door met 2% (2), omdat de begroting ruimte biedt voor lastenverlichting.
  • Leges en tarieven in de tarieventabel worden verhoogd met de inflatiecorrectie van 2,1%;
  • Het vastrecht afvalstoffenheffing blijft gelijk Het variabel tarief van gft-afval wordt gehandhaafd voor alle containertypes op € 1,- per lediging en het variabel tarief restafval wordt verhoogd met 15% waarbij rekening wordt gehouden met het afrondingsbeleid.

Het tarief voor de rioolheffing is gebaseerd op het verbreed Gemeentelijk RioleringsPlan (vGRP).

In 2016 hebben we de aansluiting via de Berichtenbox van MijnOverheid gerealiseerd. In februari 2018 is 33% van de aanslagen digitaal verstuurd.

___________________

(2) Bij amendement is dit percentage verhoogd naar 2,1% (gelijk getrokken aan de indexering)

Onroerendezaakbelastingen (OZB)

We heffen op grond van artikel 220 van de Gemeentewet twee directe belastingen op de onroerende zaken die binnen de gemeente liggen, de zogenaamde onroerendezaakbelastingen:

  • Een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht, gebruikt;
  • Een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.

De hoogte van de OZB is afgeleid van de WOZ-waarde (een percentage). Jaarlijks worden nieuwe WOZ-waarden vastgesteld. De aanslagen zijn gebaseerd op de WOZ-waarden met een waardepeildatum die 1 jaar voorafgaand aan het belastingjaar ligt. Er is geen wettelijk maximum gesteld aan de jaarlijkse stijging van de OZB-tarieven. Wel moeten alle gemeenten gezamenlijk rekening houden met de macronorm.

Conform regelgeving worden de tarieven voor 2019 bijgesteld aan de hand van de ontwikkeling van de nieuwe WOZ-waarden en wel zodanig dat uiteindelijk sprake is van een gelijkblijvend niveau van de opbrengst onroerendezaakbelastingen, exclusief de areaaluitbreiding en de tariefaanpassing. Het voorstel voor vaststelling van de tarieven wordt tegelijk met de begroting aangeboden aan de raad.

De inschatting van de totale WOZ-waarde voor 2019 (voorlopige stand per 31 juli 2018) is als volgt:

Omschrijving 2019 2018
Totale waarde woningen 3.219.908.000 2.979.769.000
Totale waarde niet-woningen 340.250.000 332.143.000

De ramingen voor de baten OZB 2019 zijn als volgt:

Omschrijving 2019
Eigenaren woning 4.550.900
Eigenaren niet-woning 777.200
Gebruikers niet-woning 534.600

Overzicht tarieven

2017 2018 2019 (3)
OZB Eigenaar Woning 0.16213% 0,15% 0,14%
OZB Eigenaar Niet-woning 0.24391% 0,23% 0,23%
OZB Gebruiker Niet-woning 0.19582% 0,19% 0,18%
Afvalstoffenheffing 276 284 310
Rioolheffing 241 244 244

____________________

(3) Bij amendement is dit percentage nog licht verlaagd

Vergelijking buurgemeenten

In onderstaande tabel worden de eenheden gebruikt die het COELO toepast voor het bepalen van de woonlasten. Onderstaande tabel geeft inzicht in de gegevens over 2018 (afgerond op hele euro's).

Son en Breugel Nuenen Eindhoven Best Geldrop-Mierlo
OZB Eig. woning 0.0897% 0.1497% 0.11066% 0.0956% 0.0803%
OZB Eig. niet-woning 0.1454% 0.2320% 0.24238% 0.1733% 0.1523%
OZB Gebr. niet-won. 0.1300% 0.1862% 0.19135% 0.1407% 0.1238%
Afvalstoffenheffing *) (meerpers.huishouden) 194 284 231 235 246
Rioolheffing (gebruiker) 150 244 199 165 175
Totale woonlasten

*): Diftar gemeenten worden door het COELO berekend op basis van vastrecht plus een gemiddeld aantal ledigingen (18 maal een grijze container van 140 liter en 7 maal een groene container van 140 liter). De aantallen van het COELO zijn gebaseerd op een landelijk gemiddelde. In de meeste diftar gemeenten is het gemiddelde aantal ledigingen vaak lager. Bij de tabel hieronder, Ontwikkeling lokale lastendruk, gaan we uit van het gemiddelde aantal ledigingen in Nuenen.

Ontwikkeling lokale lastendruk

Jaar 2017 2018 2019
WOZ-waarde 280.000 296.000 314.000
Wijziging WOZ-waarde 0,36% 5,71% 6,00%
OZB 453,- 443,- 444,-
Afvalstoffenheffing *) 186,- 190,- 201,-
Rioolheffing #) 241,- 244,- 244,-
Totaal 880,- 877,- 889,-

*) Uitgangspunt hierbij is het gemiddeld aantal ledigingen restafvalcontainers (8) en gft-afvalcontainers (7) in Nuenen, herrekend naar alsof er alléén 140-liter containers zijn.
#): Uitgangspunt hierbij is het gemiddelde waterverbruik per huishouden van 137m³.

Afvalstoffenheffing / reinigingsrechten

De gemeente is verplicht huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. Op grond van artikel 15.33 van de Wet milieubeheer en de Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten wordt afvalstoffenheffing geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel waarvoor de gemeente verplicht is huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. De tarieven van de afvalstoffenheffing zijn verdeeld in twee componenten:
1. een vast deel: Hiertoe behoren kosten die niet in de invloedssfeer liggen van de individuele inwoners zoals de kosten van de milieustraat, glas-, papier- en plasticinzameling;
2. een variabel deel: Het gaat hier om het zogenaamd “de vervuiler betaalt” principe; hoe vaker iemand zijn rest- en gft-afval aanbiedt, hoe hoger de kosten voor deze aanbieder zijn.

Reinigingsrechten worden geheven van niet-woningen (bedrijven) die hebben aangegeven gebruik te maken van de inzameldienst voor huishoudelijke afvalstoffen. Het betreft hier geen bedrijfsafval.

De tarieven van de afvalstoffenheffing worden bepaald waarbij de geraamde kosten niet boven de geraamde baten uitkomen. Bij het bepalen van de geraamde kosten wordt de volledige BTW over deze kosten meegenomen (artikel 229b van de Gemeentewet). We streven er kort gezegd naar dat de kosten voor 100% worden gedekt door de opbrengsten uit de heffingen.

Voor 2019 zal de afvalstoffenheffing, met uitzondering van de variabele resttarieven, over de hele linie gelijk blijven. Het vastrecht afvalstoffenheffing blijft gelijk en zal ook in 2019 € 107,04 bedragen. Het variabel tarief van gft-afval blijft voor alle containertypes op één vast bedrag van € 1,- per lediging en de restafvaltarieven gaan ten opzichte van de tarieven van 2018 omhoog met 15%. Vermeld dient te worden dat de service voor GFT-inzameling sinds 2017 sterk is verbeterd, onder andere door de wekelijkse lediging van de gft-container gedurende zomermaanden en gratis brengpunten in de gemeente voor tuinafval. Ook de 24-uurs gratis voorziening op de milieustraat mag genoemd worden.

Rioolheffing

Op grond van artikel 229 van de Gemeentewet wordt rioolheffing geheven. De rioolheffing wordt opgelegd aan de gebruiker van een perceel waar afvalwater direct of indirect via de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd.
De tarieven van de rioolheffing worden zodanig vastgesteld dat de geraamde kosten niet boven de geraamde baten uitkomen. Bij het bepalen van de geraamde kosten mag ook de BTW over deze kosten meegenomen worden (artikel 229b van de Gemeentewet). We streven er kort gezegd naar dat de kosten voor 100% worden gedekt door de opbrengsten uit de heffingen.
Het tarief voor de rioolheffing is gebaseerd op het verbreed Gemeentelijk RioleringsPlan 2011–2015 (vGRP). Eind 2018 wordt het vGRP geactualiseerd. Nu handhaven we voor 2019 hetzelfde tarief als in 2018.

De heffing en invordering loopt via Brabant Water. Hiervoor is eind 2016 een meerjarencontract afgesloten.

Kostendekkendheid afvalstoffenheffing en rioolheffing

Op grond van het BBV zijn gemeenten verplicht de berekening van tarieven van heffingen inzichtelijk te maken. De tarieven en heffingen mogen hoogstens kostendekkend zijn. De geraamde baten mogen niet hoger zijn dan de geraamde lasten (artikel 229b Gemeentewet).
Onderstaande overzichten geven aan dat afval en riolering 100% kostendekkend zijn:

Dekkendheid afvalstoffenheffing 2019
Lasten afval 1.619.011
Lasten afval, toerekening salaris & overhead 377.360
Lasten afval, kapitaallasten 65.303
Extracomptabele toerekening en BTW 539.602
Dotatie voorziening -
Kosten totaal incl. extracomptabele toerekening en BTW 2.601.276
Baten overig 731.382
Baten afvalstoffenheffing 1.830.790
Onttrekking voorziening 39.104
Baten totaal 2.601.276
Dekkendheidpercentage afval 100%
Dekkendheid rioolheffing 2019
Lasten riool 459.744
Lasten riool, toerekening salaris & overhead 334.254
Lasten riool, kapitaallasten 554.111
Extracomptabele toerekening en BTW 686.141
Dotatie voorziening 254.531
Kosten totaal incl. extracomptabele toerekening en BTW 2.288.780
Baten rioolrechten 2.288.780
Onttrekking voorziening -
Baten totaal 2.288.780
Dekkendheidpercentage riool 100%

Leges

Wanneer de gemeente een bepaalde dienst levert, kunnen daarvoor leges worden geheven. De tarieven worden jaarlijks vastgesteld in de Tarieventabel behorende bij de Legesverordening. Net als riool- en afvalstoffenheffing moeten de tarieven dusdanig worden vastgesteld dat de geraamde baten niet boven de geraamde lasten uitkomen. Bij de vaststelling van een aantal tarieven, zoals voor reisdocumenten, moet rekening gehouden worden met van rijkswege gestelde maximumtarieven.

De verschillende leges die worden geheven, worden in principe jaarlijks verhoogd met de daarvoor geldende inflatiecorrectie, met uitzondering van de leges/tarieven die zijn vastgesteld door het Rijk en in MRE-verband.

Kostendekkendheid leges

Op grond van het BBV moeten gemeenten verplicht inzichtelijk maken dat de tarieven en heffingen hoogstens kostendekkend zijn.
Per hoofdstuk van de legesverordening 2019 is hieronder de kostendekkendheid weergegeven op basis van de geraamde baten en lasten. Alleen hoofdstukken vanuit de modelverordening die zijn opgenomen in de legesverordening van Nuenen zijn opgenomen. Per titel in de legesverordening wordt gestreefd naar maximale kostendekkendheid, ondanks dat jurisprudentie de legesverordening als één geheel ziet en dus de legesverordening als geheel maximaal kostendekkend mag zijn. Tussen afzonderlijke hoofdstukken binnen een titel mag kruissubsidiëring worden toegepast. Opbrengsten uit leges van een bepaald hoofdstuk mogen kosten binnen een ander hoofdstuk compenseren.

Onderstaande overzichten geven aan dat de leges hoogstens kostendekkend zijn.
De lasten zijn uitgesplitst in salaris, overhead en directe lasten. Hierbij is rekening gehouden met jurisprudentie over hetgeen wel en niet aan de leges mag worden toegerekend.
De salaris- en overheadlasten in titel 1 zijn toegerekend vanuit het taakveld 0.2 Burgerzaken. Op basis van de toegerekende salarislasten is het opslagpercentage voor de overhead bepaald.

Baten Salaris Overhead Lasten Percentage
Titel 1 Algemene Dienstverlening
Hoofdstuk 1 Burgerlijke stand -36.000 35.072 33.589 800 52%
Hoofdstuk 2 Reisdocumenten -179.174 93.527 89.570 41.136 80%
Hoofdstuk 3 Rijbewijzen -107.000 74.042 70.910 31.500 61%
Hoofdstuk 4 Verstrekkingen uit de Basisregistratie personen -9.750 35.072 33.589 1.800 14%
Hoofdstuk 7 Bestuursstukken               -              -               -            -
Hoofdstuk 8 Vastgoedinformatie               - 7.794 7.464            - 0%
Hoofdstuk 9 Overige publiekszaken -12.750 38.969 37.321            - 17%
Hoofdstuk 10 Gemeentearchief               - 7.794 7.464            - 0%
Hoofdstuk 11 Huisvestingswet               -              -               -            -
Hoofdstuk 12 Leegstandswet               - 7.794        7.464            - 0%
Hoofdstuk 16 Kansspelen               - 11.691 11.196            - 0%
Hoofdstuk 17 Telecommunicatie -12.500 7.794 7.464            -  82%
Hoofdstuk 18 Verkeer en vervoer -688 11.691 11.196 3%
Hoofdstuk 19 Kinderopvang               - 7.794 7.464            - 0%
Hoofdstuk 20 Diversen -2.063 23.382 22.393            - 5%
Totaal titel 1 -359.924 362.415 347.085 75.236 46%

De salaris- en overheadlasten in titel 2 zijn (voornamelijk) toegerekend vanuit het taakveld 8.3 Wonen en Bouwen, waaronder de bouwvergunningen vallen. Ook hier is op basis van de toegerekende salarislasten de overhead bepaald. De baten en lasten binnen titel 2 van de legesverordening hebben voornamelijk betrekking op hoofdstuk 2 en 3, vandaar is vanwege de samenhang besloten alle lasten toe te rekenen aan hoofdstuk 3 binnen titel 2 en is dit niet verder uitgesplitst.

Baten Salaris Overhead Lasten Percentage
Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving / omgevingsvergunningen
Hoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen                -            -
Hoofdstuk 2 Principe verzoek / vooroverleg / beoordeling conceptaanvraag               -            -
Hoofdstuk 3 Omgevingsvergunning  -778.875  303.826    290.974  193.011 99%
Hoofdstuk 4 Vermindering               -            -
Hoofdstuk 5 Teruggaaf               -            -
Hoofdstuk 6 Intrekking omgevingsvergunning               -            -
Hoofdstuk 7 Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project               -            -
Hoofdstuk 8 Bestemmingswijzigingen zonder activiteiten      -1.500            -
Hoofdstuk 10 In deze titel niet benoemde beschikking               -            -
Hoofdstuk 11 Gefaseerde bouwvergunning, tweede fase               -            -
Totaal titel 2  -780.375  303.826   290.974  193.011 99%

De salaris- en overheadlasten in titel 3 zijn weer (voornamelijk) toegerekend vanuit het taakveld 0.2 Burgerzaken. Titel 3 is zoals te zien is zeer gering qua omvang.

Baten Salaris Overhead Lasten Percentage
Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn
Hoofdstuk 1 Horeca -8.250 7.794 7.464                - 54%
Hoofdstuk 2 Organiseren evenementen of markten -15.688 11.691 11.196                - 69%
Hoofdstuk 3 Seksbedrijven                -                -                -                -
Hoofdstuk 5 Marktstandplaatsen                - 3.897 3.732                - 0%
Hoofdstuk 6 Winkeltijdenwet -5.500 3.897 3.732                - 72%
Hoofdstuk 7 ln deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking                -                -                -                -
Totaal titel 3 -29.438 27.279 26.125                - 55%

Overige belastingen

Baatbelasting

Als de gemeente voorzieningen gaat aanleggen waar maar een deel van de inwoners (bijzonder) bij gebaat is kan de gemeente hen een baatbelasting opleggen. De belasting wordt ineens dan wel jaarlijks geheven gedurende maximaal 30 achtereenvolgende jaren. Momenteel is nog maar één baatbelasting van kracht. De betreffende voorziening is de aanleg van de rotonde op de Europalaan (“industrieterrein Berkenbos”).

Toeristenbelasting

Op grond van artikel 225 van de Gemeentewet wordt toeristenbelasting geheven van diegene die mensen tegen vergoeding laat overnachten onder andere in hotels, pensions, vakantieonderkomens en op vaste standplaatsen. Het geldt alleen als de persoon die hier verblijft geen inwoner van de gemeente is.

Vermakelijkhedenretributie

Op grond van artikel 229 van de Gemeentewet wordt vermakelijkhedenretributie geheven bij de organisatoren van evenementen waarbij entree wordt geheven. Deze retributie wordt pas geheven als meer dan 2.000 betalende bezoekers het evenement hebben bezocht. Er wordt alleen geheven als er gebruik wordt gemaakt van voorzieningen die door of met medewerking van het gemeentebestuur tot stand zijn gebracht. De tarieven voor 2019 blijven gelijk aan die van 2018.

Marktgelden

Marktgelden worden geheven van degene die een standplaats inneemt (of van degene aan wie een standplaats is toegewezen) op de wekelijkse warenmarkt. Marktgelden zijn afhankelijk van het aantal strekkende meters frontlengte van de standplaats.

Reclamebelasting

Reclamebelasting wordt geheven in het vastgestelde centrumgebied ten behoeve van de voeding van het ondernemersfonds. Voor 2019 zijn het minimum en maximum tarief geïndexeerd.

Kwijtscheldingsbeleid

De kwijtscheldingsregels zijn vastgelegd in de Invorderingswet 1990 en de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. De gemeente heeft, als gevolg van artikel 255 van de Gemeentewet, slechts op 2 onderdelen beleidsvrijheid:

  • de raad kan bepalen dat er helemaal geen dan wel gedeeltelijke kwijtschelding wordt verleend;
  • de raad kan regels stellen met betrekking tot de wijze waarop de kosten van bestaan in aanmerking worden genomen die er toe leiden dat in ruimere mate kwijtschelding wordt verleend.

Op grond van het laatste onderdeel heeft de gemeente gekozen voor het voor 100% meenemen van de kosten van bestaan. Het bestaande beleid wordt hiermee voortgezet.

Kwijtschelding kan worden aangevraagd voor de volgende heffingen:

  • Onroerendezaakbelastingen;
  • Afvalstoffenheffing;
  • Rioolheffing.