*) Verschil tussen raming 2026 en 2027 betreft vooral hogere algemene uitkering gemeentefonds, hogere kapitaallasten van geplande investeringen en indexering.
Raadsagenda, coalitieprogramma en collegeprogramma
De nieuwe raad heeft vorig jaar gezamenlijk de raadsagenda 2022 – 2026 op- en vastgesteld. Vervolgens is deze raadsagenda door de coalitiepartijen W70, Groen Links-PvdA en D66 uitgewerkt en aangevuld in het coalitieprogramma Samen Werken aan Nuenen. Tot slot heeft het college deze agenda en dit programma dit jaar uitgewerkt in het collegeprogramma 2023 - 2026. Daarbij heeft het college twee nieuwe thema's toegevoegd, namelijk de opvang van vluchtelingen en renovatie van de Hongerman. De thema's zijn door het college geprioriteerd (top, hoog, gemiddeld en laag).
In onderstaande tabel is aangegeven in welk programma een bepaald thema uit de raadsagenda en/of coalitieprogramma terug te vinden is.

Rijksbijdrage
De algemene uitkering gemeentefonds laat voor de jaren 2024 en 2025 een forse verhoging zien. Vanaf 2026 is erg onzeker wat structureel beschikbaar is. We verwachten dat deze onzekerheid nog wel even voortduurt nu het kabinet is gevallen. Deze onzekerheid geldt niet alleen voor de gemeente Nuenen, maar voor alle Nederlandse gemeenten. De VNG heeft berekend dat gemeenten vanaf 2026 gemiddeld circa 8% minder middelen ontvangen vanuit het Rijk zonder dat dit gepaard gaat met het schrappen van gemeentelijke taken. Deze rijksmiddelen vormen een aanzienlijk aandeel in de algemene dekkingsmiddelen (inkomsten) van de gemeente. Vanuit de VNG wordt bij het demissionair kabinet aandacht gevraagd voor de financiële situatie van veel gemeenten als gevolg van onzeker rijksbeleid. De volgende factoren spelen een rol bij deze problematiek:
Herijking van het gemeentefonds
De herijking van het gemeentefonds is in 2023 ingegaan. Dit betekent voor onze gemeente dat we stapsgewijs, met een overgangstermijn van 3 jaar, minder geld uit het gemeentefonds ontvangen.
Accresmethodiek
Vanaf 2026 wordt de normeringsmethodiek aangepast. Over hoe de nieuwe systematiek er vanaf 2026 uit gaat zien, is nog niets besloten. Er zijn plannen om de indexering voortaan op basis van nominaal BBP te berekenen. De verwachting bij de VNG is dat op deze manier onvoldoende rijksgelden beschikbaar komen om de loon-, prijs- en volumeontwikkelingen op te vangen, omdat BBP op basis van andere kengetallen wordt berekend. De voorgestelde methodiek houdt daardoor onvoldoende rekening met de ontwikkeling van kosten voor zorg en beheer en onderhoud.
Opschalingskorting
De oploop van de opschalingskorting is geschrapt voor de duur van deze kabinetsperiode. Tot 2026 levert het schrappen van de opschalingskorting voor de gemeente een voordeel op. Vanaf 2026 vervalt dit voordeel en blijft de opschalingskorting van cumulatief € 975 miljoen (landelijk) staan.
Tussentijdse verkiezingen Tweede Kamer
In juli 2023 is het kabinet gevallen. Dit betekent dat er tussentijdse verkiezingen worden gehouden. De lopende discussies over herijking gemeentefonds, accresmethodiek en opschalingskorting blijven onderwerp van gesprek tussen VNG en het demissionaire kabinet. Het is aan het nieuwe kabinet om hierover een besluit te nemen. Een nieuw kabinet biedt kansen om nieuwe afspraken te maken die voor gemeenten minder negatieve gevolgen hebben. Vooralsnog komt er echter geen zekerheid en moeten we rekening houden met een forse lagere rijksbijdrage vanaf 2026 met alle gevolgen van dien.
Adviezen VNG en provincie Noord-Brabant
De VNG is met ministeries in gesprek over de structurele korting van € 3 miljard (ten opzichte van 2025) op de uitkering aan gemeenten. Er is straks namelijk onvoldoende geld voor het uitvoeren van het huidige takenpakket van gemeenten. Gelet op de verstrekkende gevolgen van de voornemens van het Rijk voor gemeenten is de verwachting van VNG dat de korting mogelijk minder hoog zou kunnen uitvallen. Om de gesprekken hierover goed te kunnen voeren, is het belangrijk dat inzichtelijk wordt hoe groot de gevolgen voor gemeenten zijn. Daarom adviseert de VNG de gemeenten het volgende onder het mom van 'een uitzonderlijk advies voor een uitzonderlijke situatie':
- presenteer voor de jaren 2024 en 2025 een sluitende begroting;
- breng de lasten voor de jaren 2026 en 2027 in beeld, in de vorm van een realistische begroting. Baseer deze op het huidige takenpakket, de noodzakelijke investeringen, de inflatie, de stijgende rente, de ambities uit het coalitieakkoord en geschatte mee- en tegenvallers;
- mocht voor de jaren 2026 en 2027 geen sprake zijn van een sluitende begroting, laat de tekorten zichtbaar.
Dit advies is strijdig met het wettelijke uitgangspunt dat de gemeentelijke begroting structureel en reëel in evenwicht moet zijn. De Gemeentewet biedt de gemeenteraad een mogelijkheid hiervan af te wijken; als de begroting 2024 niet structureel en reëel sluitend is, moet aangetoond worden dat de meerjarenbegroting uiteindelijk wel sluitend is. Met het presenteren van een tekort in de laatste twee jaren, maar een sluitende begroting voor 2024 en 2025, komt de toezichthouder naar de mening van de VNG dan ook nog steeds tot een positief oordeel. Daarnaast is de VNG nog steeds in gesprek met het Rijk en de uitkomsten staan nu nog niet vast. Daarom vindt de VNG het onwenselijk om nu al (onomkeerbare) bezuinigingen in gang te zetten.
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant heeft ons per brief van 29 augustus 2023 laten weten de oproep van de VNG (om voor 2026 en latere jaren een realistische begroting vast te stellen) te ondersteunen. Tegelijkertijd wordt aangegeven dat vanuit haar wettelijke verantwoordelijkheid voor financieel toezicht een structureel en reëel sluitende begroting voor het jaar 2024 van belang is voor repressief toezicht. Als er niet voldaan wordt aan Gemeenschappelijk toezichtkader (GTK), dan kan contact worden opgenomen met de provincie. De voorliggende begroting voldoet aan GTK.