De algemene reserve heeft vooral een bufferfunctie om ongewenste en onvoorziene toekomstige tegenvallers op te kunnen vangen. In de nota reserves en voorzieningen 2019 is besloten het minimum van deze reserve jaarlijks bij de jaarrekening te bepalen. Dit bedrag wordt dan berekend als 10% van de uitkering gemeentefonds plus inkomsten ozb (op basis van de Handleiding artikel 12 Financiële verhoudingswet), waarbij we afronden op € 100.000,-. Dat komt neer op € 4,6 miljoen. De huidige algemene reserve is dus ruimschoots toereikend.
Zoals besloten bij de programmabegroting 2023 storten we (in ieder geval tot en met 2025) 75% van het positieve begrotingssaldo in de algemene reserve, om zo een extra buffer te creëren voor de toekomstige jaren. Bij de begroting 2023 was hiervoor al een storting geraamd van € 1.108.305,- in 2025. We kunnen nog een aanvullende storting doen van € 119.578,-. Totaal storten we dus afgerond € 1.228.000,-.
De onttrekkingen komen voort uit de tussentijdse rapportage najaar 2023 en de jaarrekening 2023 (resultaatbestemmingen), respectievelijk:
- € 50.000 voor de pilot wijkgericht werken is doorgeschoven vanuit 2023 naar (2024 en) 2025;
- € 49.000 voor beheer woonwagenlocaties is doorgeschoven van 2023 naar 2025.