Lokale heffingen

Beleid

Terug naar navigatie - Beleid

Bij het heffen en invorderen van belastingen zijn we onder meer gebonden aan:

  • de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen (AWR);
  • de Algemene wet bestuursrecht (Awb), (inclusief de algemene beginselen van behoorlijk bestuur);
  • de Invorderingswet 1990;
  • de Gemeentewet;
  • diverse uitvoeringsbesluiten.

De wet geeft duidelijke kaders aan voor de heffing, invordering en kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. We mogen geen uitzonderingen maken op wettelijke regels. Dit om rechtsongelijkheid voor de inwoners te voorkomen.

Het tarievenbeleid is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:

  • Geen algemene lastenstijging. De gemiddelde lasten voor de inwoners mogen niet meer toenemen dan de inflatiecorrectie. Lastenverzwaring voor inwoners blijft achterwege en indien mogelijk zullen we gemeentelijke belastingen, tarieven, heffingen en/of leges verlagen.
  • We streven naar kostendekkendheid in de tariefstelling voor leges en retributies.
  • We hanteren het profijtbeginsel bij de overige heffingen.

In overeenstemming met deze beleidsuitgangspunten stellen wij voor de tarieven voor 2025 als volgt aan te passen:

  • Voor de OZB stellen wij voor om de tarieven met de inflatiecorrectie van 3,3% te verhogen, gecorrigeerd voor de WOZ-waardeontwikkeling.
  • Ook overige leges en tarieven in de tarieventabel worden verhoogd met de inflatiecorrectie van 3,3%.

Onroerendezaakbelastingen (OZB)

Terug naar navigatie - Onroerendezaakbelastingen (OZB)

We heffen op grond van artikel 220 van de Gemeentewet twee directe belastingen op de onroerende zaken die binnen de gemeente liggen, de zogenaamde onroerendezaakbelastingen:

  • Een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht, gebruikt.
  • Een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.

De hoogte van de OZB is afgeleid van de WOZ-waarde (een percentage). Jaarlijks worden nieuwe WOZ-waarden vastgesteld. De aanslagen zijn gebaseerd op de WOZ-waarden met een waardepeildatum die 1 jaar voorafgaand aan het belastingjaar ligt. Er is geen wettelijk maximum gesteld aan de jaarlijkse stijging van de OZB-tarieven. 

De tarieven voor 2025 worden bijgesteld aan de hand van de ontwikkeling van de nieuwe WOZ-waarden zodat er sprake is van een gelijkblijvend niveau van de opbrengst onroerendezaakbelastingen, exclusief de areaaluitbreiding en de inflatiecorrectie. In deze paragraaf staan de tarieven volgens een voorlopige berekening, omdat de nieuwe WOZ-waarden nog niet bekend zijn. Het voorstel voor vaststelling van de OZB-tarieven wordt in de raadsvergadering van december 2024 aangeboden aan de raad. 

De inschatting van de totale WOZ-waarde voor 2025 (voorlopige stand per 1 augustus 2024) ten opzichte van de werkelijke WOZ-waarde over 2024 is als volgt:

 

Omschrijving 2024 2025
Totale waarde woningen 5.280.000.000 5.490.153.000
Totale waarde niet-woningen 381.000.000 404.640.000

De belastingcapaciteit heeft een relatie met de inkomsten die een gemeente ontvangt via het gemeentefonds. Hoeveel geld een individuele gemeente uit het gemeentefonds krijgt, hangt namelijk af van de kenmerken en de belastingcapaciteit van de gemeente. De belastingcapaciteit geeft aan hoeveel belasting een gemeente jaarlijks kan innen. Het aandeel van een gemeente in het gemeentefonds is kleiner naarmate het vermogen om belastingen te heffen groter is. Het gaat hier om de WOZ-waarde van onroerende zaken in de gemeente, berekend tegen een voor alle gemeenten gelijk tarief. 

In onderstaande tabel geven we de korting op het gemeentefonds weer ten opzichte van werkelijke opbrengst. We doen dit op basis van de waarde 1-1-2024 omdat dit de laatst vastgestelde waarde is.

 

Omschrijving Waarde Ons tarief Opbrengst Kortingstarief Korting Saldo
OZB eigenaren woningen 5.280.000.000 0,1058% 5.586.240 0,07120% 3.759.360 1.826.880
OZB gebruikers niet-woningen 311.000.000 0,1955% 608.005 0,15617% 485.689 122.316
OZB eigenaren niet-woningen 381.000.000 0,2436% 928.116 0,20531% 782.231 145.885
7.122.361 5.027.280 2.095.081

 

De ramingen voor de baten OZB 2025 zijn als volgt:

Omschrijving 2025
Eigenaren woning 5.814.000
Eigenaren niet-woning 952.000
Gebruikers niet-woning 674.000

Afvalstoffenheffing / reinigingsrechten

Terug naar navigatie - Afvalstoffenheffing / reinigingsrechten

De gemeente is verplicht huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. Op grond van artikel 15.33 van de Wet milieubeheer en de Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten wordt afvalstoffenheffing geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel waarvoor de gemeente verplicht is huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. De tarieven van de afvalstoffenheffing zijn verdeeld in twee componenten:
1.  Een vast deel: hiertoe behoren kosten die niet in de invloedssfeer liggen van de individuele inwoners zoals de vaste kosten van de milieustraat en de herbruikbare afvalstromen (glas-, papier- en PMD-inzameling);
2.  Een variabel deel: het gaat hier om het zogenaamd “de vervuiler betaalt” principe; hoe vaker iemand zijn rest- en gft-afval aanbiedt, hoe hoger de kosten voor deze aanbieder zijn.

Reinigingsrechten worden geheven van niet-woningen (bedrijven) die hebben aangegeven gebruik te maken van de inzameldienst voor huishoudelijke afvalstoffen. Het betreft hier afval dat naar aard en hoeveelheid overeenkomt met huishoudelijk afval.
De tarieven van de afvalstoffenheffing worden bepaald waarbij de geraamde baten niet boven de geraamde kosten uitkomen. Bij het bepalen van de geraamde kosten wordt de volledige BTW over deze kosten meegenomen (artikel 229b van de Gemeentewet). We streven er in de regel naar dat de kosten voor 100% worden gedekt door de opbrengsten uit de heffingen. Omdat de kans op tegenvallers bij Blink reëel is, hebben we het positieve resultaat, dat de afvalbegroting toont, toegevoegd aan de afvalvoorziening.
Voor 2025 stijgen de poorttarieven van de milieustraat en de variabele en vaste afvalstoffenheffing met de gewogen kostenindex van 3,3%.

Voor 2025 gold een structurele bezuinigingsopdracht ter grootte van € 262.000. Verschillende maatregelen zijn hiertoe onder de loep genomen. Door het fors verlaagde kostenniveau van Blink, verlaging van interne personeelskosten, en het vervallen van kostenposten die onontkoombaar zijn (wegvallen aanneemsom Het Goed, contract eindigde per 1 juli 2024; verwijderen blikvangers, zijn overbodig door statiegeldregeling,), is het niet nodig gebleken om bezuinigingen door te voeren die het serviceniveau voor inwoners verlagen.

Rioolheffing

Terug naar navigatie - Rioolheffing

De rioolheffing stijgt dit jaar met de gewogen kostenindex van 3,3%. In de huidige meerjarenprognose is dit niveau niet geheel voldoende om de kostenstijgingen te dekken waardoor de stand van de voorziening komende jaren zal dalen. De stand van de voorziening laat dit ook toe. Bij de komende actualisatie van het rioolbeleid zal de meerjarenprognose voor de heffing nader worden bekeken. 

Op grond van artikel 229 van de Gemeentewet wordt rioolheffing geheven. De rioolheffing wordt opgelegd aan de gebruiker van een perceel.

De tarieven van de rioolheffing worden zodanig vastgesteld dat de geraamde kosten niet boven de geraamde baten uitkomen. Bij het bepalen van de geraamde kosten mag ook de btw over deze kosten meegenomen worden (artikel 229b van de Gemeentewet). We streven er kort gezegd naar dat de kosten voor 100% worden gedekt door de opbrengsten uit de heffingen. 

Kostendekkendheid afvalstoffenheffing en rioolheffing

Terug naar navigatie - Kostendekkendheid afvalstoffenheffing en rioolheffing

Op grond van het BBV zijn gemeenten verplicht de berekening van tarieven van heffingen inzichtelijk te maken. De tarieven en heffingen mogen hoogstens kostendekkend zijn. De geraamde baten mogen niet hoger zijn dan de geraamde lasten (artikel 229b Gemeentewet).
Onderstaande overzichten geven aan dat riolering en afval beide 100% kostendekkend zijn.

Dekkendheid afvalstoffenheffing 2025
Afval taakveld 7.3
Lasten milieustraat 568.955
Lasten overige afvalstromen 1.940.679
Kapitaallasten 82.346
Mutatie voorziening 180.602
Totaal kosten afval taakveld 7.3 2.772.582
Toerekenbare kosten vanuit andere taakvelden
Overhead taakveld 0.4 187.662
Kwijtschelding taakveld 6.3 80.000
Straatreiniging taakveld 2.1 262.050
BTW taakveld 0.11* 465.279
Totaal toerekenbaar 994.991
Totaal lasten 3.767.573
Opbrengst afvalstoffenheffing 3.155.318
Baten milieustraat 233.557
Baten overige afvalstromen 378.698
Baten totaal (taakveld 7.3) 3.767.573
Dekkendheidpercentage afval 100%

* De BTW rekenen we conform artikel 229b van de Gemeentewet toe. Deze toerekening is het gevolg van de invoering van het BTW-compensatiefonds in 2003. Vanaf dat moment werd de BTW compensabel en werd tegelijkertijd een uitname uit het gemeentefonds gedaan.

Dekkendheid rioolheffing 2025
Riolering taakveld 7.2
Beheer en onderhoud riolering 1.073.862
Kapitaallasten 463.056
Mutatie voorziening -864.671
Totaal kosten riolering taakveld 7.2 672.247
Toerekenbare kosten vanuit andere taakvelden
Overhead taakveld 0.4 314.026
Kwijtschelding taakveld 6.3 45.000
Straatreiniging taakveld 2.1 379.258
Watertaken taakveld 5.7 142.283
BTW taakveld 0.11* 669.000
Totaal toerekenbaar 1.549.567
Totaal lasten 2.221.814
Opbrengst rioolheffing taakveld 7.2 2.221.814
Baten totaal 2.221.814
Dekkendheidpercentage riool 100%

* De BTW rekenen we conform artikel 229b van de Gemeentewet toe. Deze toerekening is het gevolg van de invoering van het BTW-compensatiefonds in 2003. Vanaf dat moment werd de BTW compensabel en werd tegelijkertijd een uitname uit het gemeentefonds gedaan.

Leges

Terug naar navigatie - Leges

Wanneer de gemeente een bepaalde dienst levert, kunnen daarvoor leges worden geheven. De tarieven worden jaarlijks vastgesteld in de Tarieventabel behorende bij de Legesverordening. Net als riool- en afvalstoffenheffing moeten de tarieven dusdanig worden vastgesteld dat de geraamde baten niet boven de geraamde lasten uitkomen. Bij de vaststelling van een aantal tarieven, zoals voor reisdocumenten, moet rekening gehouden worden met van rijkswege gestelde maximumtarieven.

De verschillende leges die worden geheven, worden in principe jaarlijks verhoogd met de daarvoor geldende inflatiecorrectie, met uitzondering van de leges/tarieven die zijn vastgesteld door het Rijk en in MRE-verband.

 

Kostendekkendheid leges

Op grond van het BBV moeten gemeenten inzichtelijk maken dat de tarieven en heffingen hoogstens kostendekkend zijn.
Per hoofdstuk van de legesverordening is hieronder de kostendekkendheid weergegeven op basis van de geraamde baten en lasten. Per hoofdstuk in de legesverordening wordt gestreefd naar maximale kostendekkendheid, ondanks dat jurisprudentie de legesverordening als één geheel ziet en dus de legesverordening als geheel maximaal kostendekkend mag zijn. Tussen afzonderlijke paragrafen binnen een hoofdstuk mag kruissubsidiëring worden toegepast. Opbrengsten uit leges van een bepaalde paragraaf mogen kosten binnen een andere paragraaf compenseren.

Onderstaande overzichten geven aan dat de leges hoogstens kostendekkend zijn.
De lasten zijn uitgesplitst in salaris, overhead en directe lasten. Hierbij is rekening gehouden met jurisprudentie over hetgeen wel en niet aan de leges mag worden toegerekend.

De salaris- en overheadlasten in hoofdstuk 1 zijn toegerekend vanuit het taakveld 0.2 Burgerzaken. Op basis van de toegerekende salarislasten is het opslagpercentage voor de overhead bepaald.

De salaris- en overheadlasten in hoofdstuk 2 zijn (voornamelijk) toegerekend vanuit het taakveld 8.3 Wonen en Bouwen, waaronder de bouwvergunningen vallen. Ook hier is op basis van de toegerekende salarislasten de overhead bepaald.

De salaris- en overheadlasten in hoofdstuk 3 zijn voornamelijk toegerekend vanuit het taakveld 0.2 Burgerzaken. 

Baten Salaris Overhead Lasten Percentage
Hoofdstuk 1 Algemene Dienstverlening -460.701 449.841 504.992 156.276 41%
Hoofdstuk 2 Dienstverlening en besluiten in het kader van de omgevingswet -700.089 306.038 343.558 223.398 80%
Hoofdstuk 3 Dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2 -8.938 33.125 36.194 - 13%
Totaal -1.169.727 789.003 884.744 379.674 57%

Overige belastingen

Terug naar navigatie - Overige belastingen

Toeristenbelasting

Op grond van artikel 225 van de Gemeentewet wordt toeristenbelasting geheven van diegene die mensen tegen vergoeding laat overnachten onder andere in hotels, pensions, vakantieonderkomens en op vaste standplaatsen. Het geldt alleen als de persoon die hier verblijft geen inwoner van de gemeente is.

Vermakelijkhedenretributie

Op grond van artikel 229 van de Gemeentewet wordt vermakelijkhedenretributie geheven bij de organisatoren van evenementen waarbij entree wordt geheven. Deze retributie wordt pas geheven als meer dan 2.000 betalende bezoekers het evenement hebben bezocht. Er wordt alleen geheven als er gebruik wordt gemaakt van voorzieningen die door of met medewerking van het gemeentebestuur tot stand zijn gebracht. De tarieven voor 2025 blijven gelijk aan die van 2024.

Reclamebelasting

Reclamebelasting wordt geheven in het vastgestelde centrumgebied ten behoeve van het ondernemersfonds.

Kwijtscheldingsbeleid

Terug naar navigatie - Kwijtscheldingsbeleid

De kwijtscheldingsregels zijn vastgelegd in de Invorderingswet 1990 en de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. De gemeente heeft, als gevolg van artikel 255 van de Gemeentewet, slechts op 2 onderdelen beleidsvrijheid:

  • De raad kan bepalen dat er helemaal geen dan wel gedeeltelijke kwijtschelding wordt verleend.
  • De raad kan regels stellen met betrekking tot de wijze waarop de kosten van bestaan in aanmerking worden genomen die er toe leiden dat in ruimere mate kwijtschelding wordt verleend.

Op grond van het laatste onderdeel heeft de gemeente gekozen voor het voor 100% meenemen van de kosten van bestaan. Het bestaande beleid wordt hiermee voortgezet. Kwijtschelding kan worden aangevraagd voor de volgende heffingen:

  • onroerendezaakbelastingen;
  • afvalstoffenheffing;
  • rioolheffing.

Overzicht tarieven

Terug naar navigatie - Overzicht tarieven
2023 2024 2025
OZB eigenaar woning 0,1061% 0,1058% 0.1059%
OZB eigenaar niet-woning 0,2392% 0,2436% 0,2431%
OZB gebruiker niet-woning 0,1920% 0,1955% 0,1951%
Afvalstoffenheffing vastrecht (per jaar) 174,00 183,12 189,00
Afvalstoffenheffing 25 liter gft-afval 0,00 0,25 0,25
Afvalstoffenheffing 80 liter gft-afval 1,25 1,25 1,30
Afvalstoffenheffing 140 liter gft-afval 2,25 2,25 2,30
Afvalstoffenheffing 240 liter gft-afval 3,50 3,75 3,85
Afvalstoffenheffing 25 liter restafval 2,50 2,75 2,85
Afvalstoffenheffing 80 liter restafval 8,25 8,75 9,05
Afvalstoffenheffing 140 liter restafval 14,75 15,50 16,00
Afvalstoffenheffing 240 liter restafval 24,75 26,00 26,85
Afvalstoffenheffing 30 liter ondergronds restafval 1,85 2,00 2,05
Afvalstoffenheffing 60 liter ondergronds restafval 3,75 4,00 4,15
Afvalstoffenheffing 60 liter ondergronds gft-afval 0,25 0,25 0,25
Rioolheffing 1-persoonshuishouden 75,00 76,20 79,20
Rioolheffing 2-persoonshuishouden 140,00 141,00 145,80
Rioolheffing 3-persoonshuishouden 205,00 207,00 214,20
Rioolheffing 4-persoonshuishouden 270,00 272,40 281,40
Rioolheffing 5- of meerpersoonshuishouden 330,00 333,60 345,00
Rioolheffing niet-woning 0 - 200m3 140,00 141,60 146,40
Rioolheffing niet-woning 201 - 500m3 487,00 492,00 508,20
Rioolheffing niet-woning > 500 m3 695,00 702,00 725,40

 

Vergelijking buurgemeenten

In onderstaande tabel worden de eenheden gebruikt die het COELO toepast voor het bepalen van de woonlasten. Onderstaande tabel geeft inzicht in de gegevens over 2024 (afgerond op hele euro's).

Son en Breugel Nuenen Eindhoven Best Geldrop-Mierlo
OZB eigenaren woning 0,0770% 0,1058% 0,0937% 0,0841% 0,0659%
OZB eigenaren niet-woning 0,1966% 0,2436% 0,2961% 0,2186% 0,1834%
OZB gebruikers niet-woning 0,1644% 0,1955% 0,2092% 0,1757% 0,1490%
OZB woning 420 591 430 392 311
Afvalstoffenheffing (meerpersoonshuishouden) 335 303 322 369 358
Rioolheffing 210 207 192 190 199
Woonlasten (OZB woning + afvalstoffenheffing + rioolheffing) 965 1.102 944 951 869

Ontwikkeling lokale lastendruk

De gemeentelijke woonlasten bestaan uit de OZB (voor eigenaren), afvalstoffenheffing en rioolheffing. Onderstaande tabel geeft de omvang van de lokale woonlasten voor een gemiddeld huishouden in de gemeente Nuenen aan. 

Jaar 2023 2024 2025
WOZ-waarde 459.000 468.000 483.000
Wijziging WOZ-waarde 17,4% 2,0% 3,2%
OZB 487 512 529
Afvalstoffenheffing *) 308 323 334
Rioolheffing **) 140 141 146
Totaal ***) 935 976 1.009
Lastenontwikkeling 4,7% 4,4% 3,3%

*) Uitgangspunt hierbij is het gemiddeld aantal ledigingen restafvalcontainers (8) en gft-afvalcontainers (7) in Nuenen, herrekend naar alsof er alléén 140-liter containers zijn.
**) Uitgangspunt is het gemiddelde aantal personen per huishouden in de gemeente Nuenen: 2,3 afgerond naar een 2-persoonshuishouden.
***) De totale lastendruk 2024 is niet gelijk aan de totale lastendruk 2024 in het rapport van COELO hierboven. Dit komt omdat COELO om een landelijke vergelijking te kunnen maken van andere gemiddelde WOZ-waarden bij OZB, andere gemiddelde aantal ledigingen bij afvalstoffenheffing en andere uitgangspunten bij de rioolheffing uitgaat.