Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Beleid betreffende de weerstandscapaciteit en de risico's

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Beleid betreffende de weerstandscapaciteit en de risico's

In de Nota risicomanagement en weerstandsvermogen 2015 wordt het beleidskader voor het weerstandsvermogen beschreven. Dit kader luidt als volgt: 

  • De gemeenteraad wordt via de planning- en controldocumenten (begroting en jaarrekening) geïnformeerd over de 15 belangrijkste risico’s, de beschikbare weerstandscapaciteit en de ratio van het weerstandsvermogen;
  • De ‘Nota risicomanagement en weerstandsvermogen’ wordt als basis gehanteerd voor de opstelling van de verplicht voorgeschreven paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing in de meerjarenprogrammabegroting en de jaarrekening;
  • Uitgegaan wordt van een gewenste minimale score voor de ratio weerstandsvermogen van ‘voldoende’ (ratio > 1);
  • Als de ratio weerstandsvermogen door de toename van risico’s onder de 1 uitkomt zal ofwel de beschikbare weerstandscapaciteit worden aangevuld, of zullen extra inspanningen worden gedaan om de benodigde weerstandscapaciteit terug te brengen. In deze situatie zal het college voorstellen doen aan de gemeenteraad die ervoor moeten zorgen dat het weerstandsvermogen weer op het gewenste niveau komt.

Top 10
Er is een selectie gemaakt van 10 in plaats van 15 risico's die extra aandacht verdienen. De impact van de risico's buiten de top 10 op de benodigde weerstandscapaciteit is beperkt. De risico's buiten de top 10 worden via de verzameling 'Overige risico's' wel meegenomen in de berekening van de weerstandsratio.

Inventarisatie van de risico's

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Inventarisatie van de risico's

In veel gevallen kunnen we de exacte waarde van een risico niet bepalen. Om de risico's toch te kwantificeren werken we met klassengemiddelden. Deze klassengemiddelden leiden tot de financiële gevolgen in de onderstaande tabel. De risicowaarde bepalen we vervolgens aan de hand van de volgende berekening:

Risicowaarde (€) = Kans (%) x Gevolg (€)

Het totaal aan risicowaarden vormt de benodigde weerstandscapaciteit. Omdat niet alle risico’s zich tegelijk manifesteren rekenen we hierbij met een zekerheidspercentage van 90%.

Hoewel zorgvuldig is geprobeerd om alle risico’s in beeld te brengen, kan het voorkomen dat een risico niet is opgenomen. Zoals eerder genoemd is risicomanagement een dynamisch proces en voortschrijdend inzicht zorgt voor een steeds vollediger beeld.

Het is onmogelijk en onwenselijk om te sturen op alle geïdentificeerde risico’s. Door de risico’s te kwantificeren wordt de lijst geordend. Op deze manier ligt de focus op de risico’s die de grootste impact op de organisatie hebben. Zowel de kans dat een risico zich manifesteert als de impact die het risico met zich meebrengt moet worden bepaald.

Er wordt een inschatting gemaakt van de waarschijnlijkheid dat het risico daadwerkelijk optreedt. Vervolgens wordt een inschatting gemaakt van het bedrag dat de gemeente kwijt is indien het risico optreedt. Het kwantificeren van risico’s is een proces van taxeren en inschatten en heeft daarmee altijd in bepaalde mate een subjectief karakter.

Onderstaande tabellen geven de verdeling weer van de klassen waarop de inschatting wordt gebaseerd. Tabel 1 is de verdeling van klassen naar kans, tabel 2 is de verdeling van klassen in financieel gevolg:

Klasse Kans (Waarschijnlijkheid) Klasse gemiddelde (%) Klasse Financieel gevolg (€) Klasse gemiddelde (€)
1 Eén keer per 10 jaar of minder (1-20%) 10% 1 < 50.000 25.000
2 Eén keer per 5 à 10 jaar (21-40%) 30% 2 50.000 – 100.000 75.000
3 Eén keer per 2 à 5 jaar (41-60%) 50% 3 100.000 – 250.000 175.000
4 Eén keer per 1 à 2 jaar (61-80%) 70% 4 250.000 – 500.000 375.000
5 Eén keer per jaar of vaker (81-99%) 90% 5 > 500.000 -



Matrix (kans x gevolg top 10 risico's)
Voor de bepaling van de score in de risicomatrix worden de klassescores bepaald. Hierboven staan twee tabellen. In de eerste tabel is de top 10 opgenomen. Het getal in de matrix correspondeert met het risiconummer uit de top 10. Zo is zichtbaar welk risico in het groen, oranje of rood is opgenomen. In de tweede tabel is de scoreberekening van de kans x gevolg opgenomen.

Top 10 risico's

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Top 10 risico's
Risico (bepaling risicowaarde) Risicowaarde jaarrekening 2025 Risicowaarde begroting 2026 Risicowaarde jaarrekening 2024
1 Exploitatie grond (exact bedrag) In vergelijk met de vorige risico-inventarisatie valt er een bedrag van circa € 0,7 miljoen aan risico’s weg. Bij het project Nuenen West zijn de risico’s deels afgenomen. Alle posten zijn kritisch onder de loep genomen en diverse posten zijn bijgesteld. Onder andere zijn de risico’s in verband met verjaring vervallen. Bij het project Eeneind West is de benodigde weerstandscapaciteit nagenoeg gelijk gebleven ten opzichte van de jaarrekening 2024. Tenslotte is voor de Kloostertuin de risico’s in beeld gebracht waarbij vertraging door bezwaar en beroep een rol speelt. Naar aanleiding hiervan is een bedrag opgenomen in het weerstandsvermogen. 4.400.000 5.107.715 5.107.715
2 Wmo/jeugd (70% x € 750.000) Wmo en Jeugdhulp zijn open-einde regelingen. Door een mogelijke toename van het aantal aanvragen en/of een andere soort zorginzet bestaat het risico dat het budget wordt overschreden. Jeugdhulp kan worden toegewezen door medische verwijzers. De gemeente heeft dan beperkt zicht/grip op de kosten. De uitgaven jeugdzorg zijn in de loop van 2024 en 2025 toegenomen, met name bij de begeleidingsproducten. We zien ook een toename van de financieringsvorm persoonsgebonden budget. De landelijke ontwikkeling van kleinschalig verblijf op grond van de Hervormingsagenda Jeugd moet op langere termijn tot kostendaling leiden maar zorgt op korte termijn voor hogere kosten. 525.000 525.000 187.500
3 Cyberrisico (50% x € 1.000.000) Als gevolg van een nog onvolwassen risicomanagementproces worden informatiebeveiliging- en privacy risico’s onvoldoende geïdentificeerd, geïmplementeerd en beheerst. Binnen de Dommelvallei-organisaties is het inkopen van diensten en goederen een cruciaal proces, waarbij grote hoeveelheden (persoons)gegevens worden verwerkt. Hoewel we intensief samenwerken met leveranciers, blijft de eindverantwoordelijkheid voor Gegevensbescherming bij de Dommelvallei organisatie liggen. Digitale dreigingen, mede veroorzaakt door ketenafhankelijkheid met onder andere leveranciers, raken direct aan de continuïteit van onze dienstverlening en het vertrouwen van inwoners. Incidenten zoals datalekken en verstoringen bij leveranciers kunnen leiden voor ernstige schade, reputatiesschade en juridische gevolgen. Daarnaast beschikken we over beperkte capaciteit, kennis en middelen, waardoor het lastig is om de digitale veiligheid structureel te waarborgen. Geopolitieke spanningen, technologische afhankelijkheden en een krappe arbeidsmarkt vergroten de kans op incidenten en maken preventie complexer. 500.000 262.500 187.500
4 Kwetsbaarheid in personele continuïteit (90% x € 375.000) Er is een aantal factoren dat een risico vormt voor de continuïteit van de bedrijfsvoering, zoals: moeilijk kunnen invullen van vacatures a.g.v. krapte op de arbeidsmarkt, werkdruk, personele wisselingen, ziekteverzuim, inzet van externen. Deze risico's kunnen leiden tot vertraging in de bedrijfsvoering. Daarnaast kan het leiden tot hogere kosten door externe inhuur. 337.500 122.500 122.500
5 Fiscale risico's (30% x € 1.000.000) De gemeente is verantwoordelijk voor correcte verwerking van loonbelastingopgaven, BTW-aangiften, opgaven voor het BTW-compensatiefonds, Vennootschapsbelasting en de Werkkostenregeling (WKR). Daarnaast kan zij aansprakelijk worden gesteld voor belastingverplichtingen van derden, bijvoorbeeld via inlenersaansprakelijkheid of ketenaansprakelijkheid. Ook bij betalingen aan externe partijen via de UBD dient de gemeente uiterst zorgvuldig te handelen, aangezien onvolkomenheden of het niet naleven van fiscale verplichtingen binnen deze processen eveneens tot aansprakelijkheid kunnen leiden. 300.000 52.500 52.500
6 Verbonden partij - Dienst Dommelvallei (exact bedrag) De samenwerking op het gebied van bedrijfsvoering en dienstverlening verloopt via de Gemeenschappelijke Regeling Dienst Dommelvallei. Omdat Dienst Dommelvallei geen eigen algemene (risico) reserve heeft, wordt het totaal van de risico's van de dienst via de verdeelsleutel belegd bij de drie deelnemende gemeenten. 193.050 126.900 126.900
7 Crisisbeheersing (30% x € 500.000) Iedere gemeente kan te maken krijgen met incidenten die de status van een crisis krijgen. Deze kunnen plaatsvinden zowel in het fysieke als het sociale domein. Ook kunnen crises lokaal, regionaal of bovenregionaal van karakter zijn. In de afgelopen jaren is gebleken dat langdurige en ongekende crises realiteit kunnen worden. Denk hierbij aan de pandemie en vluchtelingenopvang. Vanuit het Ministerie van Justitie en Veiligheid wordt daarnaast aandacht gevraagd voor de militaire- en hybride dreiging vanwege de geopolitieke spanningen in de wereld. Deze dreigingen vergroten het risico op ontwrichtende verstoringen van de openbare orde en openbare veiligheid van de maatschappij. 150.000 150.000 50.000
8 Algemene uitkering gemeentefonds (70% x € 175.000) Via circulaires wordt de gemeente in ieder geval 2 maal per jaar (mei en september) geconfronteerd met aanpassingen vanuit het gemeentefonds. In 2024 is een nieuwe financieringssystematiek ingevoerd. De nieuw gekozen vorm van indexatie levert meer stabiliteit op. De indexatie is gesplitst in een volumedeel en een prijsdeel. De volumeontwikkeling wordt gebaseerd op een 8-jaars (t-9 t/m t-2) historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp, waardoor het gemeentefonds minder schommelt (volumedeel). De indexatie voor inflatie volgt de prijs bbp van het lopende jaar, waardoor het gemeentefonds reëel “op niveau” blijft (prijsdeel). Hoewel de doorgevoerde wijzigingen er dus op gericht zijn om meer stabiliteit te krijgen in de grootste inkomstenbron van de gemeenten, passen we de risicowaarde op dit onderdeel vooralsnog niet aan. De schommelingen in de algemene uitkering kunnen nog steeds problemen veroorzaken voor het sluitend krijgen van de begroting. Er bestaat ook geen directe rechtstreekse relatie tussen gemeentelijke uitgaven enerzijds en de compensatie daarvoor via het Gemeenfonds anderzijds. In die zin kent het Gemeentefonds met generieke compensaties ook de nodige globaliteit. 122.500 122.500 122.500
9 Inkoop (70% x € 175.000) 1. Als gevolg van het niet juist hanteren van de aanbestedingsplicht kan een marktpartij rechtsmiddelen aanwenden tegen een gunningsbesluit. Dit leidt tot een vertraging met financiële en juridische gevolgen; 2. Niet rechtmatige inkopen kunnen bovendien leiden tot een afkeurende verklaring (rechtmatigheid) bij de jaarrekening. Hierdoor bestaat de kans op negatieve publiciteit; 3. Contracten kunnen stilzwijgend verlengd worden tegen ongunstige voorwaarden. Of door het niet bundelen van opdrachten worden besparingsmogelijkheden niet benut. 122.500 122.500 52.500
10 Niet of onderverzekerd zijn m.b.t. gebouwen waar de gemeente risico loopt (30% x € 375.000) Door een onzeker voorval (bv brand-/waterschade) kan gebouw te maken met diverse schade en totaalverlies. Gevolg is dat de zelf vastgelegde herbouwwaarde te laag is en je niet kunt herbouwen met alleen de verzekeringsuitkering Door mogelijke onderverzekering krijg je niet de maximale getaxeerde waarde en draag je ook het surplus boven het zelf benoemde bedrag tot de werkelijke schade. 112.500 52.500 52.500
Subtotaal top 10 6.763.050 6.644.615 6.062.115
Overige risico's + risico onvoorzien 328.662
Totaal 7.091.712
Totaal o.b.v. zekerheidspercentage (90%) 6.382.541

Wijzigingen

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Wijzigingen

Ten opzichte van de begroting 2026 (de meest recente risicoanalyse) is de totale risicowaarde afgenomen. In de tabel hierboven is opgenomen bij welke risico's de risicowaarde is veranderd.

Risico voorziening wethouderspensioenen
Het risico voorziening wethouderspensioenen is nieuw. Momenteel is de risicowaarde € 0,- (door de extra stortingen in de voorziening) en daarmee komt dit risico niet in de top 10. Toch willen wij dit risico benoemen.

De hoogte van de voorziening wethouderspensioenen kende jaarlijks een fluctuatie als gevolg van een gewijzigde rekenrente. Een hogere rente betekent een lagere benodigde voorziening hetgeen zorgt voor een vrijval uit de voorziening. Een lagere rente heeft een tegenovergesteld effect. Met de geplande overgang van deze pensioenen naar het ABP op 1-1-2028 is daar nog een andere fluctuatie bijgekomen. Namelijk de hoogte van de dekkingsgraad die het ABP als vereiste stelt. Deze dekkingsgraad wijzigt voortdurend en wordt pas vlak voor de overgang naar het ABP definitief vastgesteld. Tot die tijd zal de dekkingsgraad voor een fluctuatie van de voorziening zorgen. Voor de jaarrekening 2025 is gerekend met een dekkingsgraad van 115,2%.

Weerstandscapaciteit Incidenteel Structureel
Algemene reserve 14.554.130
Algemene reserve bouwgrond 23.834.889
Algemene reserve bouwgrond winstnemingen 1.221.579
Stille reserve PM
Raming onvoorziene uitgaven - 72.225
Onbenutte belastingcapaciteit - 0
Totale weerstandscapaciteit 39.610.598 72.225

Er wordt uitgegaan van een gewenste minimale score voor de ratio weerstandsvermogen van ‘voldoende’ (ratio ≥ 1). Deze verhouding wordt als volgt bepaald:

Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit / Benodigde weerstandscapaciteit
€ 39.682.823 / € 6.382.541 = 6,2

Wij concluderen dat het weerstandsvermogen van de gemeente met een weerstandsratio van 6,2 goed is.

Ontwikkeling weerstandsvermogen
De onderstaande grafiek laat de ontwikkeling van de weerstandsratio zien, inclusief de prognose voor de komende jaren. Voor de prognose gaan we uit van gelijk blijvende benodigde weerstandscapaciteit. Voor de beschikbare weerstandscapaciteit gaan we uit van de meerjarenramingen.

Met een weerstandsratio van 6,2 is het weerstandsvermogen van Nuenen goed. Ook voor de komende jaren blijft de ratio op een goed niveau gehandhaafd.

Financiële kengetallen

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Financiële kengetallen

Kengetallen geven inzicht in bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen bijdragen aan het beoordelen van de financiële positie van de gemeente. De combinatie van de kengetallen geeft een indicatie over de financiële positie van de gemeente. Daarnaast bieden kengetallen de mogelijkheid om gemeenten onderling te vergelijken.

Een individueel kengetal zegt weinig over hoe de financiële positie van de gemeente moet worden beoordeeld. De kengetallen moeten in samenhang bekeken worden, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een beeld geven van de financiële positie van de gemeente.
Een kengetal, of de ontwikkeling van een kengetal, is een weerspiegeling van het gevoerde beleid. Voor de provincie als toezichthouder hebben de kengetallen een signaleringswaarde. Ze kunnen worden betrokken bij het krijgen van een completer inzicht in de financiële situatie en risicopositie van een gemeente. 

De volgende financiële kengetallen moeten in de paragraaf weerstandsvermogen opgenomen worden:

  • netto schuldquote;
  • netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen;
  • solvabiliteitsratio;
  • grondexploitatie;
  • structurele exploitatieruimte;
  • belastingcapaciteit

De toezichthouder hanteert geen normering, maar maakt gebruik van onderstaande signaleringswaarden.

Waarderingscijfer Minst risicovol Neutraal Meest risicovol
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen <90 90-130 >130
Solvabiliteitsratio >50 20-50 <20
Grondexploitatie <20 20-35 >35
Structurele exploitatieruimte >0 0 <0
Belastingcapaciteit <95 95-105 >105

Zie voor de onderlinge verhouding van de kengetallen bij conclusie.

Omschrijving Realisatie Begroting
2023 2024 2025 2025 2026 2027 2028
Netto schuldquote 76% 55% 70% 58% 58% 60% 86%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 72% 52% 66% 55% 56% 56% 82%
Solvabiliteitsratio 36% 41% 41% 42% 38% 41% 35%
Grondexploitatie 98% 81% 82% 71% 52% 30% 40%
Structurele exploitatieruimte 4% 2% 2% 1% 1% 1% -2%
Belastingcapaciteit 111% 105% 102% 102% 107% 107% 107%

Conclusie

Netto schuldquote (zowel gecorrigeerd als niet gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen)
De gemeente heeft vanaf 2005 veel geïnvesteerd in de grondexploitaties, met name Nuenen West. Daarnaast is er in 2012 geïnvesteerd in Eeneind West. Om deze investeringen te financieren is het destijds noodzakelijk geweest om kort- dan wel langlopende leningen aan te trekken. Dat veroorzaakte een relatief hoge schuldquote. De laatste jaren daalde de quote naarmate de grondposities afnemen door grondverkopen. Daardoor hoeft, bij herfinanciering van de aflopende leningen, een minder hoog bedrag te worden geleend. Ook door reguliere aflossingen wordt de schuldquote lager.  Door vertraging met name bij project Nuenen West hapert deze daling tijdelijk in 2025. 


Solvabiliteitsratio
Deze ratio is nagenoeg gelijk gebleven ten opzichte van 2024. 

 

Grondexploitatie
De gemeente heeft vanaf 2005 veel geïnvesteerd in de grondexploitaties, daarom is dit kengetal nog steeds hoog. Wel is deze de laatste jaren flink verlaagd door verkoop van gronden. Hetzelfde effect is zichtbaar bij de netto schuldquote.

 

Structurele exploitatieruimte
De resultaten van de begrotingsjaren zijn positief. Alle structurele lasten, inclusief de kapitaallasten van de geraamde investeringen, worden gedekt door structurele baten.

 

Belastingcapaciteit
Het landelijk gemiddelde van het kengetal voor de belastingcapaciteit wordt jaarlijks op 100% gesteld. De gemeente Nuenen heeft in het verleden, toen er negatief eigen vermogen was, besloten tot een forse verhoging van de onroerendezaakbelasting. Het kengetal neemt af omdat de afgelopen jaren ingezet is op het voorkomen van verhoging van de belastingdruk (relatief ten opzichte van landelijk).

Hieronder volgt per kengetal een korte toelichting. 

Netto schuldquote

netto schuldquote

 

 

De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen).

 

Solvabiliteitsratio

solvabiliteitsratio

 

 

Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. De mate van weerbaarheid geeft in combinatie met de andere kengetallen een indicatie over de financiële positie van een gemeente.

Grondexploitatie

Grondexploitatie

 

De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. Indien gemeenten leningen hebben afgesloten om grond te kopen voor een (toekomstig) woningbouwproject hebben zij een schuld. Bij de beoordeling van een dergelijke schuld is het van belang om te weten of deze schuld kan worden afgelost wanneer het project wordt uitgevoerd. Van de opbrengst van de verkochte gronden kan immers de schuld worden afgelost. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten.

Structurele exploitatieruimte

structurele exploitatieruimte

 

Voor de beoordeling van de financiële positie is het ook van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten. Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken.

Belastingcapaciteit

belastingcapaciteit

 

De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin bij het voordoen van een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar deze kan worden opgevangen of dat er ruimte is voor nieuw beleid. Om deze ruimte weer te kunnen geven is een ijkpunt nodig. In dit geval landelijk gemiddelde tarieven.
Voor de gemeenten wordt de belastingcapaciteit gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten (OZB, rioolheffing en reinigingsheffing). Naast de OZB wordt tevens gekeken naar de riool- en afvalstoffenheffing omdat de heffing niet kostendekkend hoeft te zijn, maar ook lager mag worden vastgesteld.