Inleiding
In deze paragraaf wordt kort toegelicht welke uitgangspunten zijn gebruikt voor de berekeningen in deze meerjarenbegroting. Ook worden afwijkingen ten opzichte van voorgaande jaren toegelicht.
Indexcijfers
Voor de begroting 2026-2029 zijn de volgende indexcijfers, op basis van de Macro Economische Verkenning 2025 (gepubliceerd in najaar 2024), gebruikt:
| 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | |
|---|---|---|---|---|
| Loonkostenindex | 4,7% | 4,7% | 4,7% | 4,7% |
| Materiële kostenindex | 2,7% | 2,7% | 2,7% | 2,7% |
| Gewogen kostenontwikkeling (t.b.v. leges en tarieven) | 3,7% | 3,7% | 3,7% | 3,7% |
Rente
De rente wordt overeenkomstig de BBV-richtlijnen jaarlijks opnieuw berekend. Basis is de jaarrekening 2024 en de meerjarenraming 2026-2029. De geldende rentepercentages voor deze meerjarenbegroting 2026-2029 zijn opgenomen in de paragraaf Financiering.
Conform de nota reserves en voorzieningen 2019 rekenen we geen bespaarde rente toe aan de reserves. Dit is in lijn met de aanbevelingen van de commissie BBV. We rekenen alleen met werkelijke betaalde rente en geen fictieve rente. Het totaal van de rentelasten en rentebaten en het gebruikte rentepercentage is opgenomen in de paragraaf Financiering.
Algemene uitkering
Voor de algemene uitkering volgen we de circulaires gemeentefonds. Volgens de landelijke richtlijnen moet de begroting 2026 gebaseerd zijn op de meicirculaire of de septembercirculaire 2025. Onze voorkeur is altijd om de septembercirculaire te verwerken, om te voorkomen dat kort na het vaststellen van de begroting al een begrotingswijziging moet worden gemaakt. Door het tijdstip van verschijnen van de septembercirculaire kunnen we deze niet in de ontwerp-begroting verwerken omdat deze dan al gereed is en het besluitvormingsproces is gestart. Kort na het aanbieden van de begroting 2026 (begin oktober 2025) publiceren wij de informatie van de septembercirculaire 2025 met een voorstel tot verwerking ervan in deze begroting.