Verbonden partijen

Inleiding

Terug naar navigatie - Inleiding - Inleiding

De paragraaf verbonden partijen moet inzicht geven in de relaties van de gemeente in rechtspersonen waarin bestuurlijke invloed wordt uitgeoefend én waarmee financiële belangen gemoeid zijn. Verbonden partijen zijn een manier om een bepaald beleidsvoornemen en/of wettelijke taken uit te (laten) voeren. Het deelnemen aan een verbonden partij komt altijd voort uit het publiek belang.

Onder bestuurlijk invloed wordt verstaan: zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur, hetzij uit hoofde van stemrecht.

Onder financieel belang wordt verstaan: een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is, indien de verbonden partij failliet gaat of het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichting niet nakomt.

Conform artikelen 1, 5, 8, 9, 15, 26 en 36 van het BBV komen de volgende verbonden partijen aan de orde in deze paragraaf:

Gemeenschappelijke regelingen:

  • Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven (MRE) te Eindhoven;
  • Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Zuidoost Brabant (ODZOB) te Eindhoven;
  • Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) te Eindhoven;
  • Gemeenschappelijke Regeling Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst (GGD) Brabant Zuidoost te Helmond;
  • Gemeenschappelijke Regeling Dienst Dommelvallei (DVV) te Mierlo;
  • Gemeenschappelijke Regeling Werkvoorziening de Dommel (WSD) te Boxtel;
  • Gemeenschappelijke Regeling Reiniging Blink te Helmond;
  • Gemeenschappelijke Regeling 10vdjeugd te Deurne.

Vennootschappen en coöperaties:

  • Naamloze Vennootschap Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) te Den Haag;
  • Naamloze Vennootschap Brabant Water te Den Bosch.

Stichtingen en verenigingen:

  • Stichting Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost te Helmond;
  • Stichting Bureau Inkoop- en aanbestedingen Zuidoost Brabant (BIZOB) te Oirschot.

In deze paragraaf zal in tabelvorm elke verbonden partij uitgewerkt worden aan de hand van de volgende indelingen:

  • Doel en openbaar belang van de verbonden partij;
  • Algemene visie op en beleidsvoornemens over inschakelen van de verbonden partij: uitgangspunten waarom en wanneer we gebruik maken van de verbonden partij;
  • Veranderingen en ontwikkelingen van de verbonden partij;
  • Risico’s: welke andere risico’s zijn er bij deelname;
  • Afbreukrisico van geen deelname;
  • Alternatieven voor geen deelname;
  • Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging: wie zijn er betrokken bij de samenwerking;
  • Frequentie van terugkoppeling naar de raad;
  • Financieel belang: welke kosten horen bij de samenwerking;
  • Vermogenspositie en resultaat boekjaar van de verbonden partij.

De volgende afkortingen zijn gebruikt in de uitwerking van de verbonden partijen:
DB: Dagelijks bestuur
AB: Algemeen bestuur
GR: Gemeenschappelijke regeling
NV: Naamloze vennootschap

Gemeenschappelijke regelingen

GR Metropoolregio Eindhoven (MRE) te Eindhoven

Terug naar navigatie - Gemeenschappelijke regelingen - GR Metropoolregio Eindhoven (MRE) te Eindhoven

Doel en openbaar belang

Per 1 januari 2015 is de Metropoolregio Eindhoven (MRE) actief als opvolger van het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven ook wel de SRE. De ambitie is een sterke regio met behoud van het kenmerkende innovatieve Brainportprofiel en een stabiele sociale basis en vitale leefomgeving voor al onze inwoners. We willen als regio vanuit de ruimtelijk-economische opgaven waar we binnen de MRE gezamenlijk aan werken, de brede welvaart in de regio versterken. De fysieke schaalsprong is ook een kwaliteitssprong. Gezamenlijk streven we naar een gebalanceerde groei van de regio zeker ook vanuit sociaal-maatschappelijk oogpunt.

De ambitie is om een regio te zijn waarin mensen prettig kunnen wonen in een gezonde, groene leefomgeving en waar iedereen de kans krijgt om mee te doen en bij te dragen aan een sterke, toekomstbestendige economie.

De hoofdopgaven zijn Ruimte en wonen, Mobiliteit, Energietransitie, Economie en Vitaal landelijk gebied. Daarnaast geven binnen de MRE-samenwerking uitvoering aan het Beethoven convenant.

Tevens is het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe) onder gebracht in deze gemeenschappelijke regeling. Het RHCe voert voor gemeenten wettelijk taken uit op het gebied van toezicht, behoud en openbaar maken van de cultuurhistorische informatie en is archiefbewaarplaats van de door onze gemeente en andere overheden in Zuidoost Brabant overgebrachte archieven.

Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij

Het leven van onze inwoners speelt zich steeds meer af binnen de hele regio en beperkt zich niet tot de gemeentegrenzen. Binnen de regio is sprake van één daily urban system. Daarom is het logisch om op regionaal niveau met elkaar samen te werken, omdat we samen, als geheel, meer kunnen bereiken. Gezamenlijk bepalen we koers richting 2040 en 2050 die vervolgens op subregionaal en/of lokaal niveau uitgewerkt en gerealiseerd wordt. Vanuit de MRE-samenwerking wordt als één regio opgetrokken richting het Rijk en de Provincie. Dit komt tegemoet aan de behoefte vanuit het Rijk en de Provincie om met regio's afspraken te maken. Daarnaast zijn wij via de MRE-samenwerking vertegenwoordigd in de stichting Brainport en de triple helix. Deze stichting bepaalt de strategie van de ontwikkelingsorganisatie Brainport Development. Al deze partijen samen zijn een serieuze gesprekspartner voor het Rijk en de Provincie waardoor er gelden beschikbaar komen om de regionale opgaven gezamenlijk op te pakken. Deze inspanningen hebben onder meer geleid tot het sluiten van het Beethoven convenant. Ook de Nuenense inwoners kunnen (indirect) profiteren van deze ontwikkelingen.

De gemeente brengt haar archief na verloop van tijd onder bij RHCe, voor zover deze documenten niet vernietigd (moeten) worden. Daardoor hoeven wij hiervoor geen eigen lokale voorziening te treffen.

Veranderingen en ontwikkelingen

Metropoolregio Eindhoven

Met de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2026 is een nieuwe bestuursperiode gestart. Het actualiseren van de Regionale Agenda (voorheen Samenwerkingsakkoord) is gekoppeld aan de nieuwe bestuursperiode. Daartoe is in de vorige bestuursperiode een overdrachtsdocument opgesteld die de basis vormt voor de nieuwe Regionale Agenda. De planning is dat deze nieuwe agenda in het voorjaar 2027 de de raden van de deelnemende gemeenten wordt vastgesteld. 

We blijven samenwerken op de thema's Wonen en ruimte, Economie, Mobiliteit, Energietransitie en Vitaal landelijk gebied.  Ook werken we gezamenlijk aan de uitvoering van de Beethovendeal waarin  naast hiervoor genoemde thema's ook aandacht is voor voorzieningen en een 'groei in balans'.  De focus verschuift van het ontwikkelen van visie, strategie en kaders naar realisatie van de opgaven. De aankomende bestuursperiode richten we ons als regio op het realiseren van de opgaven door invulling te geven aan de afspraken die we als regio gemaakt hebben. Tegelijkertijd blijft het noodzakelijk om de strategische visie te voeden en uit te dragen en richting te geven aan toekomstige keuzes en afspraken. De opdracht is daarmee tweeledig: het borgen van samenhang en richting en het versnellen van de uitvoering.

Om een bijdrage te leveren aan de  uitvoering van de Beethovenopgaven is per 1 januari 2026 het Realisatiebedrijf binnen de MRE-organisatie ingericht. Daarnaast is fondsstrictuur ingericht om te komen tot een robuust, efficiënt en schaalbaar fondsmanagement. Daarmee kan de inzet van regionale investerings- en stimuleringsfondsen efficiënt en risicobeperkend plaatsvinden.  

Regionaal Historisch Centrum Eindhoven

Het RHCe blijft zijn (wettelijk) taken uitvoeren op het gebied van archivering.

Landgoed Gulbergen

De voorziening Gulbergen is nog niet afgewikkeld, omdat de voormalige stortplaats officieel nog niet gesloten is en de nazorg nog niet is overgedragen aan de Provincie Noord-Brabant.  In 2025 is de laatste hand gelegd aan het herzien van het nazorgplan. Overdracht aan de Provincie is voorzien in 2030. Om deze overdracht dan mogelijk te maken moeten nog verschillende werkzaamheden worden uitgevoerd. De overdracht gaat gepaard met het afbetalen van de eeuwige nazorgverplichting aan de Provincie.  De MRE en de Provincie zijn hierover met elkaar in gesprek. In tegenspraak met eerdere berichten blijkt dat voor Gulbergen voldoende financiële middelen aanwezig zijn om de eeuwige nazorgverplichtingen te voldoen.

In 2020 is de erfpacht afgekocht, waardoor de MRE weer volledige zeggenschap heeft over de gronden en de ontwikkelingen  in het gebied. Er is een ontwikkelvisie vastgesteld. In het zuidelijke deel staat recreatie centraal. De bedoeling is de gronden in dit gebied te verkopen aan een ontwikkelaar met goede plannen om dit gebied verder te ontwikkelen binnen de kaders van de ontwikkelvisie. De verwachting is dat deze gronden eind 2026 en anders in 2027 verkocht kunnen worden. In het noordelijke deel staat natuurinclusief gebruik centraal. In dit gebied zijn plannen voor een natuurbegraafplaats en een kleinschalig coöperatief gemengd boerenbedrijf Herenboeren. De verkoop van deze gronden wordt nog in 2026 afgewikkeld.

Risico's

Op basis van de nota Risicomanagement en weerstandsvermogen Metropoolregio Eindhoven (vastgesteld door Algemeen Bestuur in juli 2018) wordt bepaald wat de organisatie onder risicomanagement verstaat en welke uitgangspunten hierbij worden gehanteerd. Tevens is bepaald welke risico’s door de MRE worden gedragen en welke door de deelnemende gemeenten. Als uitwerking van de nota zijn voor de MRE-organisatie de risico’s in beeld gebracht, geclassificeerd en financieel inzichtelijk gemaakt. Jaarlijks worden bij het opstellen van de begroting en jaarrekening deze risico’s opnieuw beoordeeld.

Als risico is opgenomen in de begroting 2027:

  • Hogere kosten door inhuur (250.000 euro) bij de projecten die gesubsidieerd worden; 
  • Doelvermogen ten behoeve van de afkoop van de eeuwige nazorg van de voormalige stortplaats Gulbergen is ontoereikend (200.000 euro).

Afbreukrisico van geen deelname

Het risico is dat de gemeente zich buiten sluit als zij niet deelneemt aan de MRE-samenwerking. De MRE is de belangenbehartiger van de regio en weet middelen bij anderen (veelal via cofinanciering) los te krijgen. Bovendien zijn de opgaven zo complex en van zo'n schaalgrootte, dat het niet realistisch wij als kleine gemeente deze zelfstandig kunnen realiseren.

Alternatieven voor geen deelname

Naast MRE zijn er allerlei andere vormen van (gemeentelijke) samenwerking mogelijk. Zo werken de gemeenten Eindhoven, Helmond, Son en Breugel, Geldrop-Mierlo, Waalre, Veldhoven, Best, Oirschot en Nuenen op subregionaal niveau samen binnen Stedelijke Gebied Eindhoven (SGE). De agenda's van de beide samenwerkingsverbanden worden op elkaar afgestemd, zodat er geen sprake is van overlap. Deze SGE-samenwerking is versterkend aan de MRE-samenwerking en kan geen alternatief voor de MRE-samenwerking zijn.

Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging

Deelname door de 21 gemeenten in Zuidoost Brabant, zijnde de gemeenten: Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen c.a., Oirschot, Reusel-De Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre.

Algemeen bestuur: F. van Genugten (burgemeester) en als plaatsvervanger: J. Tesser (raadslid)
Raadstafel21: J. Tesser en C. Eij (beide raadsleden)
Portefeuillehoudersoverleg Economie: M. van Dalen (wethouder)
Portefeuillehoudersoverleg Mobiliteit: M. Vrijnsen - de Corte (wethouder)
Portefeuillehoudersoverleg Vitaal groene leefomgeving: S. Kraaijeveld (wethouder)
Portefeuillehoudersoverleg Energietransitie: S. Kraaijeveld (wethouder)
Portefeuillehoudersoverleg Wonen en Ruimte: S. Kraaijeveld (wethouder)
Commissie van Advies voor Financiën: M. van Dalen (wethouder)

Frequentie van terugkoppeling naar de raad

Structureel jaarlijks bij de kadernota (ter kennisneming), begroting (zienswijzeprocedure) en jaarrekening (ter kennisneming). Daarnaast worden de raden via de 1e bestuursrapportage MRE geïnformeerd over de beleidsmatige uitvoering van het werkprogramma over de periode januari t/m mei en via de 2e bestuursrapportage over de financiële uitvoering van het werkprogramma over de periode januari t/m september. Tot slot wordt de raad ook tussendoor geïnformeerd over voor hen belangrijke ontwikkelingen en worden voor hen met enige regelmaat regionale bijeenkomsten over specifieke thema's georganiseerd.

De Raadstafel21 komt vier keer per jaar bijeen. Dan worden de twee Nuenense raadsleden geïnformeerd over wat er speelt en kunnen zij Nuenense standpunten inbrengen.

 

GR Omgevingsdienst Zuidoost Brabant (ODZOB) te Eindhoven

Terug naar navigatie - Gemeenschappelijke regelingen - GR Omgevingsdienst Zuidoost Brabant (ODZOB) te Eindhoven

Doel en openbaar belang

De omgevingsdienst is een bij wet opgerichte rechtspersoon. De omgevingsdienst is opgericht om een verdere verbetering tot stand te brengen in:

  • de dienstverlening bij de uitvoering van de vergunningverlening, toezicht- en handhavingstaken op het gebied van milieu en het behoud en verbetering van de bodem-, water- en luchtkwaliteit;
  • de kwaliteit en veiligheid van de werk- en leefomgeving, zodat het aantal calamiteiten en milieudelicten afneemt.

Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij

De ODZOB werkt samen met haar partners aan het beschermen en verbeteren van de fysiek leefomgeving. Door samen te werken kan onze gemeente beschikken over expertise op verschillende beleidsvelden. Door de samenwerking binnen de ODZOB hebben we minder eigen formatie nodig op deze beleidsterreinen.

Veranderingen en ontwikkelingen

ODZOB streeft er naar om in de toekomst voor alle deelnemers de brede taken in het kader van de Omgevingswet te gaan uitvoeren.

Op 1 maart 2025 is een nieuwe DVO overeengekomen, welke voor meerdere jaren zal gelden dus ook voor 2027.  

Risico's

Indien de omzet achterblijft bij de verwachtingen zijn alle deelnemers aan de GR daarvoor (financieel) verantwoordelijk. Omdat het gemeentelijk werkprogramma slechts een klein onderdeel vormt van het totale uitvoeringsprogramma en -budget van de ODZOB is de individuele invloed van de gemeente(n) daardoor beperkt.

Afbreukrisico van geen deelname

Deelname voor wat betreft het basistakenpakket (vergunningverlening, toezicht, handhaving (VTH-taken), asbesttoezicht etc.) is wettelijk verplicht. Dit geldt niet voor de (incidentele) verzoektaken. Voor een groot deel van de verzoektaken is er geen gemeentelijke capaciteit en kennis meer aanwezig. Daarom zijn ook nagenoeg alle verzoektaken uitbesteed aan de ODZOB.

Alternatieven voor geen deelname

De deelname voor wat betreft het basistakenpakket is wettelijk verplicht. Voor de uitvoering van een deel van de individuele verzoektaken zou het mogelijk zijn om een alternatief te organiseren, maar dit is niet realistisch.

Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging

Deelname door de 21 gemeenten in Zuidoost-Brabant en de provincie Noord-Brabant.
Algemeen bestuur: S. Kraaijeveld (wethouder), plv. M. Vrijnsen - de Corte (wethouder).

Frequentie van terugkoppeling naar de raad
Structureel jaarlijks driemaal (kadernota, begroting, jaarrekening); daarnaast incidenteel afhankelijk van ontwikkelingen

GR Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) te Eindhoven

Terug naar navigatie - Gemeenschappelijke regelingen - GR Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) te Eindhoven

Doel en openbaar belang

Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) behartigt de belangen van de gemeenten in het samenwerkingsgebied op de terreinen van: brandweerzorg, geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio, rampenbestrijding en crisisbeheersing en de gemeenschappelijke meldkamer, door:

  • Adequaat te reageren op spoedeisende hulpvragen van burgers, instellingen en bedrijven;
  • Het organiseren en coördineren van geneeskundige hulpverlening in de regio;
  • Het voorkomen en bestrijden van brand, het beperken van brandgevaar en/of ongevallen bij brand en alles wat hiermee verband houdt. Ook het aanschaffen en onderhouden van gemeenschappelijk materieel en de coördinatie van de werkzaamheden op dit gebied behoort tot de taak van VRBZO;
  • Het in beeld brengen van risico's;
  • Het organiseren van de rampenbestrijding en crisisbeheersing.

Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij

Omdat veiligheidsrisico’s zich niet houden aan gemeentegrenzen én omdat veiligheid een complexe zaak is, is in de Wet veiligheidsregio’s (Wvr) bepaald dat de 21 gemeenten in Zuidoost-Brabant de verantwoordelijkheid voor veiligheid onderbrengen bij VRBZO. Hierdoor werken de gemeenten op regionale schaal aan een veilige leefomgeving voor mensen die er wonen en verblijven, professionele hulp verlenen als het nodig is, waarborgen creëren voor fysieke veiligheid en voorbereidingen treffen voor rampenbestrijding en crisisbeheersing.

Veranderingen en ontwikkelingen

VRBZO rondt in 2027 de uitwerking van de vastgestelde bestuurlijke opdracht deel 1 (voldoen aan wet- en regelgeving) af. Vervolgens pakt VRBZO de uitwerking van de vastgestelde bestuurlijke opdrachten 2 en 3  (basis op orde en het Regionaal Beleidsplan 2027-2030 VRBZO) op.  Dit betekent dat er, om te komen tot een  gezonde organisatie die haar taken en werkzaamheden kan uitvoeren zoals van een goed functionerende veiligheidsregio verwacht mag worden, gewerkt wordt aan onder andere de volgende acties: 

  • Meer adviescapaciteit bij risicobeheersing, betere risicocommunicatie en versterking van crisisbeheersing en bevolkingszorg, slimme natuurbrandbestrijding;
  • Inzetten op aantoonbare vakbekwaamheid en moderne HRM-processen;
  • Meer focus op netwerkregie en strategische capaciteit om aan te sluiten bij landelijke ontwikkelingen;
  • Verbetering en verduurzaming van kazernes en centrale huisvesting.

Zoals vermeld in het Regionaal Beleidsplan vragen de volgende 4 strategische thema's, die de unieke dynamiek van onze regio raken, de komende jaren speciale aandacht:

  • maatschappelijke weerbaarheid
  • schaalsprong en complexe infrastructuur
  • klimaatveiligheid en technologie
  • informatie en innovatie.

Risico's

De belangrijkste beleidsuitgangspunten voor VRBZO op gebied van risicomanagement zijn:

  • Risico’s in een cyclisch proces inventariseren, beoordelen en monitoren via een continuïteitsplan;
  • De instelling van een weerstandsvermogen heeft als doel om een stabiele (trendmatige) ontwikkeling van de gemeenschappelijke bijdrage te waarborgen;
  • De hoogte van de algemene reserve is afhankelijk van het begrotingstotaal en moet tussen de € 3,2 miljoen en € 4,0 miljoen liggen. De algemene reserve dient als primair weerstandsvermogen.

Op basis van de gekwantificeerde actuele risico’s is de benodigde weerstandscapaciteit in de begroting 2027 berekend op € 4,5 miljoen. De benodigde weerstandscapaciteit is hoger dan het verwachte beschikbare weerstandsvermogen van € 0,65 miljoen in 2027.
Door de geplande onttrekkingen uit de algemene reserve als financiering van de bestuurlijke opdracht, wijkt het bestuur bewust af van de afgesproken bandbreedte, wat effect heeft op de financiële robuustheid van VRBZO.

In de basis is het beschikbare weerstandvermogen onvoldoende om de geïdentificeerde risico’s af te dekken. Tegelijk is het is niet reëel dat de risico’s zich gelijktijdig voordoen. VRBZO beoordeelt het totale risico als aanvaardbaar, maar met zorgpunt. Daarom worden positieve jaarrekeningsaldo’s toegevoegd aan de algemene reserve.

De deelnemers aan de gemeenschappelijke regeling waarborgen de betaling van rente en aflossing van de door de Veiligheidsregio onder goedkeuring van gedeputeerde staten gesloten geldleningen volgens door het algemeen bestuur vast te stellen regels en naar evenredigheid van het aantal inwoners van iedere gemeente van het desbetreffende kalenderjaar en indien de geldschieters dit wensen onder het doen van afstand van de voorrechten, welke de wet aan borgen toelaat.

Afbreukrisico van geen deelname

Deelname is een wettelijke plicht (Wgr, Wvr).

Alternatieven voor geen deelname

Geen alternatieven.

Deelname door 21 gemeenten in de regio Zuidoost Brabant.

Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging

Algemeen bestuur: F. van Genugten (burgemeester).

Frequentie van terugkoppeling naar de raad

Structureel jaarlijks tweemaal (begroting, rekening) en periodiek (1e en 2e samenvatting van de bestuursrapportage en kwartaalrapportages VRBZO); daarnaast incidenteel, afhankelijk van ontwikkelingen over beleid en strategische keuzes binnen de Veiligheidsregio.

GR Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst (GGD) Brabant Zuidoost te Helmond

Terug naar navigatie - Gemeenschappelijke regelingen - GR Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst (GGD) Brabant Zuidoost te Helmond

Doel en openbaar belang

De GGD'en hebben een aantal wettelijke taken, beschreven in de Wet publieke gezondheid (Wpg). Hieronder vallen onder andere: jeugdgezondheidszorg (consultatiebureau en jeugdarts), medische milieukunde, infectieziektebestrijding, gezondheidsmonitoren en gezondheidsvoorlichting.

De adviseurs van de GGD geven advies aan burgers en gemeenten. Daarbij gaat het om het stimuleren van een veilige en gezonde leefomgeving

Gemeenschappelijke behartiging van de belangen van de deelnemende gemeenten en uitvoering van de wettelijke gemeentelijke taken op het gebied van de (openbare) gezondheid(szorg). Financiering op basis van bijdrage deelnemende gemeenten, bijdragen ziektekostenverzekeraars, ambulancehulpverlening en bijdragen particulieren.

Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij

De gemeente kan profiteren van de professionele kennis en voorzieningen welke de GGD bezit en door de gemeente niet zelfstandig in stand gehouden kunnen worden. Tevens wordt door de samenwerking met de regiogemeenten een schaalgrootte bereikt die een efficiënte en effectieve aanpak mogelijk maakt tegen zo laag mogelijke kosten.

Een positieve bijdrage aan de gezondheid van de inwoners van onze gemeente en uitvoering van tal van wettelijke taken.
Naast de uitvoering van de wettelijke taken maken we als gemeente dankbaar gebruik van de diensten van het lokaal team gezondheidsondersteuning. Medewerkers uit dit team ondersteunen de gemeente onder meer bij projecten op het gebied van alcohol- en drugspreventie en het activiteitenprogramma van de werkgroep mantelzorg en werkgroep dementievriendelijke gemeente. Tot slot levert de GGD ook waardevolle lokale onderzoeksgegevens (onder meer uit de gezondheidsmonitoren). Deze onderzoeksresultaten zetten wij in als beleidsindicatoren.

Risico's

Indien de bedrijfsresultaten achterblijven bij de verwachting zijn alle deelnemende gemeenten aan de GR (naar rato) financieel verantwoordelijk.

Afbreukrisico van geen deelname

Geen behartiging van onze belangen en niet voldoen aan wettelijke verplichtingen waaronder het in stand houden van een GGD.

Alternatieven voor geen deelname

Volledig afzien van deelname is geen reële optie door de in de Wet Publieke Gezondheid opgenomen eis dat de gemeente een GGD in stand moet houden.

De volgende gemeenten behoren tot het werkgebied van de GGD Brabant Zuidoost: Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen, Oirschot, Reusel-de Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre.
Dit werkgebied omvat circa 819.000 inwoners.

Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging

Algemeen bestuur: S. Walravens (wethouder).

Frequentie van terugkoppeling naar de raad

Er vindt in ieder geval terugkoppeling plaats bij de vaststelling van de begroting en wijzigingen daarvan en verder incidenteel als onze vertegenwoordiger bij de GGD dit wenselijk acht.

GR Dienst Dommelvallei te Mierlo

Terug naar navigatie - Gemeenschappelijke regelingen - GR Dienst Dommelvallei te Mierlo

Doel en openbaar belang

De Dienst Dommelvallei is het samenwerkingsverband van de gemeenten Geldrop-Mierlo, Nuenen en Son en Breugel. In deze dienst zijn de bedrijfsvoeringstaken financiën, personeel & organisatie (HRM), informatievoorziening en planning & control voor de drie gemeenten ondergebracht. Ook voert zij de regiefunctie voor belastingen uit en onderhoudt de contacten met Belastingsamenwerking Oost-Brabant (BSOB).  Daarnaast hebben de gemeenten Son en Breugel en Nuenen de taken met betrekking tot werk en inkomen (sociale zaken en Participatiewet) en dienstverlening (KlantContactCentrum) in deze dienst ondergebracht en ondersteunende activiteiten (administratie en applicaties) voor Wmo en jeugd.

Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij

Bij de vorming van Dienst Dommelvallei is aangegeven dat de dienst moet leiden tot meer kwaliteit, minder kwetsbaarheid, minder kosten en goed werkgeverschap.

Veranderingen en ontwikkelingen

De Dienst Dommelvallei ontwikkelt zich verder. Het nieuwe bedrijfsplan voor de dienst dat samen met de gemeenten in 2024 is opgesteld, moet een goede basis leggen voor de toekomstige dienstverlening door de dienst en de samenwerking met de gemeenten. Om de dienstverlening verder te optimaliseren wordt de nadruk gelegd op het versterken van elkaar. Het accounthouderschap wordt op alle taakvelden geïntensiveerd, de adviespositie versterkt en om te kunnen sturen op data en resultaten dient de onderliggende (stuur)informatie betrouwbaar, kwalitatief goed en direct toegankelijk te zijn.

Risico's

Voor wat betreft het beleid over weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt als uitgangspunt de nota's risicomanagement van de drie gemeenten gehanteerd. Jaarlijks worden bij het opstellen van de begroting en jaarrekening de risico’s opnieuw beoordeeld.

De volgende belangrijkste risico's worden onderkend waaraan een risicowaarde  is gekoppeld:

  • cyberrisico's
  • continuïteit bedrijfsvoering
  • inkoop

Eventuele overschotten/tekorten worden teruggestort naar of bijbetaald door de deelnemende gemeenten. De dienst sloot 2025 met een negatief resultaat van € 303.318,- af. Van dit bedrag is € 103.318,- onttrokken aan de reserve P&O en voor € 200.000,- bij de deelnemende gemeenten in rekening gebracht.

Afbreukrisico van geen deelname

Indien de gemeente niet langer de uitvoering van bepaalde taken neerlegt bij de dienst, dient de gemeente deze taken zelf uit te voeren dan wel onder te brengen in een ander samenwerkingsverband. 

Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging

Deelname door: de gemeenten Geldrop-Mierlo, Nuenen c.a. en Son en Breugel

Bestuur: F. van Genugten (burgemeester) en M. van Dalen (wethouder) 

Frequentie van terugkoppeling naar de raad 

Structureel jaarlijks bij begroting (zienswijzeprocedure) en jaarrekening en tussentijdse rapportages (ter kennisneming). Daarnaast wordt de raad over voor haar relevante zaken geïnformeerd.

GR WSD te Boxtel

Terug naar navigatie - Gemeenschappelijke regelingen - GR WSD te Boxtel

Doel en openbaar belang

WSD is ons sociaal ontwikkelbedrijf en voert de werkgeversverplichtingen van de voormalige Wet sociale werkvoorziening (Wsw) uit voor de gemeente Nuenen. Daarnaast begeleidt WSD inwoners die in het kader van de Participatiewet ondersteuning nodig hebben bij het vinden van werk. 

Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij

Uitgangspunt is dat iedereen naar vermogen kan meedoen. Regulier werk staat voorop waar dat mogelijk is. Wanneer dit nog niet haalbaar is, biedt WSD een aangepaste werkomgeving, begeleiding of ondersteuning gericht op ontwikkeling en participatie.

De koers van de WSD richt zich op het doorontwikkelen van de lokale infrastructuur van elke gemeente. De structuur richt zich op de begeleiding van inwoners in de gemeente zelf, de ondersteuning voor inwoners met de lokale partners en het organiseren van werkgelegenheid in de gemeente. Deze lokale infrastructuur wordt ondersteund met plusdiensten en een bundeling van expertise via WSD. Met de groei van de doelgroep langdurig bijstandsgerechtigden en de toename van complexiteit van de bijstandspopulatie, blijft WSD als verbonden partij een waardevolle samenwerkingspartner in het realiseren van een hoge participatiegraad. 

Veranderingen en ontwikkelingen

Sinds 1 januari 2015 is instroom in de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) niet meer mogelijk. Voor de bestaande Wsw-doelgroep blijft de wet van toepassing. Door pensionering en andere vormen van uitstroom neemt deze doelgroep jaarlijks gemiddeld met ongeveer 5% af. De instroom van inwoners vanuit de Participatiewet neemt geleidelijk de plaats in van de afnemende Wsw-doelgroep. WSD streeft daarmee naar behoud van de omvang van het werknemers- en deelnemersbestand.

De doelgroep van WSD wordt diverser en heeft vaker te maken met een combinatie van belemmeringen op het gebied van werk, gezondheid, taal en zelfredzaamheid. Dit vraagt om begeleiding en werkmogelijkheden die aansluiten bij verschillende mogelijkheden en ondersteuningsbehoeften. De samenwerking tussen WSD en de deelnemende gemeenten is vastgelegd in de gemeenschappelijke regeling, de samenwerkingsovereenkomst en de lokale uitvoeringsplannen.

Risico's

De Wsw-doelgroep neemt door natuurlijke uitstroom geleidelijk af en wordt vervangen door instroom vanuit de Participatiewet. De financiering van beide doelgroepen verschilt. De uitvoering van de Wsw levert momenteel een positief subsidieresultaat op, terwijl de businesscase voor inwoners vanuit de Participatiewet structureel negatief is. Het positieve resultaat op de Wsw compenseert op dit moment een deel van het tekort op de Participatiewet. Naarmate de Wsw-doelgroep verder afneemt, neemt ook deze compensatiemogelijkheid af.

De begroting 2027 en de meerjarenraming 2028–2030 van WSD zijn sluitend. Het financiële risico op langere termijn wordt gedempt met de Stimulusreserve. Wanneer het positieve Wsw-resultaat en de Stimulusreserve op termijn onvoldoende zijn om het tekort op de Participatiewet op te vangen, kan een aanvullende bijdrage van de deelnemende gemeenten nodig zijn.

Afbreukrisico van geen deelname

Hoog (bestuurlijk maar ook financieel als je zou besluiten om niet meer te deel te nemen aan de gemeenschappelijke regeling).

Alternatieven voor geen deelname

Aansluiten bij andere gemeenschappelijke regeling of inkoop van diensten.

Deelname door de gemeenten Best, Boxtel, Haaren, Nuenen, Oirschot, Oisterwijk, Meierijstad (alleen het verzorgingsgebied van de voormalige gemeenten Schijndel en Sint-Oedenrode), Son en Breugel, Sint Michielsgestel en Vught.

Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging

Dagelijks Bestuur: heer M. van Dalen (wethouder) 

Algemeen bestuur: M. van Dalen (wethouder) en T. van der Linden (raadslid)

Frequentie van terugkoppeling naar de raad

Structureel jaarlijks (begroting, rekening); daarnaast incidenteel, afhankelijk van ontwikkelingen.

Terug naar navigatie - Gemeenschappelijke regelingen - GR Reiniging Blink te Helmond

Doel en openbaar belang

Het doel van de Gemeenschappelijke regeling reiniging Blink is het doelmatig uitvoeren van de afvalinzameling en de reinigingstaken die bij wet, in het bijzonder de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer, aan de gemeente zijn opgedragen en/of voortvloeien uit de aan de gemeente op grond van de Gemeentewet toevertrouwde zorg voor de eigen huishouding, binnen de kaders van het publiekrecht.

Algemene visie op, en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij

De belangrijkste reden voor het aangaan van de samenwerking is dat hiermee, zonder winstoogmerk, de kernactiviteiten met betrekking tot de taken op het gebied van huishoudelijke afvalstoffen efficiënt en effectief worden uitgevoerd, te weten inzameling, reiniging, sortering en overslag, stimuleren van preventie en hergebruik, en projectbeheer. Daarnaast wordt van Blink een actieve bijdrage verwacht aan de lokale vertaling van het landelijk beleid inzake preventie van huishoudelijk afval conform het vigerende Landelijk Afvalbeheerplan (LAP).

Veranderingen en ontwikkelingen

Na het beëindigen van de deelname van de private partij PreZero, is Blink sinds 1 januari 2025 een volledig publieke samenwerking van negen deelnemende gemeenten. In 2026 wordt de gemeenschappelijke regeling verder aangepast en de organisatie verder geprofessionaliseerd. Daarbij blijven het kostenniveau en het serviceniveau van de huishoudelijke afvalinzameling belangrijke aandachtspunten.

Risico's

Doordat Blink geen eigen vermogen bezit, loopt elke deelnemende gemeente het risico eventuele tekorten te moeten aanzuiveren (art. 38, lid 1).

Wanneer een of meer gemeenten deelname beëindigen, ofwel naar aanleiding van een periodieke evaluatie ofwel "tussentijds", dan kan zulks, ondanks een van toepassing zijnde plicht voor een dergelijke gemeente om een schadeloosstelling te betalen, toch leiden tot negatieve financiële gevolgen.

Afbreukrisico van geen deelname

Wanneer de gemeente Nuenen besluit tot uittreding, dan kan dat betekenen dat de overige deelnemers schadeloos gesteld dienen te worden. Daarnaast moet de gemeente dan zelf iets organiseren, zodat uitvoering van de gemeentelijke taken met betrekking tot afvalinzameling en reinigingstaken gecontinueerd en geborgd wordt. 

Alternatieven voor geen deelname

Als alternatieven kunnen genoemd worden het aanbesteden van de taken die betrekking hebben op huishoudelijke afvalstoffen en reiniging van verhardingen ofwel het deelnemen in een andere GR-constructie, zoals Cure (de Gemeenschappelijke regeling van gemeenten Eindhoven, Valkenswaard en Geldrop-Mierlo). 

Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging

Algemeen bestuur: M. van Dalen (wethouder)

Frequentie van terugkoppeling naar de raad

Structureel, bij het vaststellen van de begroting van Blink, wordt de raad in gelegenheid gesteld een zienswijze in te dienen. Daarnaast wordt de raad incidenteel betrokken, bijvoorbeeld bij wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling, bij toetreding van een nieuwe gemeente en bij het doorlopen van het Strategisch traject. 

GR Jeugdregio Een 10 voor de jeugd te Deurne

Terug naar navigatie - Gemeenschappelijke regelingen - GR Jeugdregio Een 10 voor de jeugd te Deurne

Doel en openbaar belang

Sinds 2018 werkt de gemeente Nuenen met tien andere gemeenten binnen de regio samen op het gebied van de inkoop van jeugdzorg door middel van een samenwerkingsovereenkomst.

De Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg verplicht gemeenten om een GR te treffen op het niveau van bij AMvB aangewezen jeugdregio’s. Het doel van de GR is het verbeteren van de beschikbaarheid van jeugdzorg voor de meest kwetsbare kinderen. Het versterken van de regionale samenwerking tussen gemeenten en het beter organiseren van de regionale en landelijke contractering van specialistische zorg draagt bij aan dat doel. 

De GR jeugdregio Een 10 voor de jeugd bestaat uit de volgende elf gemeenten: Asten, Deurne, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Helmond, Laarbeek, Nuenen, Someren, Son en Breugel, Veldhoven en Waalre. 

Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij

Specialistische jeugdzorg vereist een bepaalde schaalgrootte om kwalitatief en kwantitatief toereikend te zijn. Door samenwerking via een GR kunnen gemeenten de beschikbaarheid van specialistische jeugdzorg waarborgen. Het regionale samenwerkingsverband stelt gemeenten in staat om jeugdzorg effectiever in te kopen en te organiseren. Een GR biedt een juridisch en organisatorisch raamwerk om deze samenwerking eenduidig vorm te geven en administratieve lasten te beperken.

De kosten van jeugdzorg stijgen. Een GR kan op grotere schaal inkopen en hierop monitoren en sturen. Door efficiëntere inkoop en vermindering van administratieve lasten kan jeugdzorg mogelijk beter binnen de beschikbare middelen georganiseerd worden.

Door regionale samenwerking is beschikbaarheid en continuïteit van zorg minder afhankelijk van individuele gemeenten. Dit draagt bij aan een stabiel regionaal zorglandschap.

Veranderingen en ontwikkelingen

Na de vorming van de GR bleek dat nog een aantal wettelijke taken die op dit moment zijn belegd bij 21 voor de jeugd, op het niveau van de jeugdregio moeten worden uitgevoerd. Vanaf 2027 worden deze taken verplaatst naar de GR. Daarnaast is het op grond van de wet verplicht dat maatwerkovereenkomsten regionaal worden gesloten. 

Risico's

De GR kan contracten sluiten en tarieven vaststellen die financiële gevolgen hebben voor onze gemeente.

Afbreukrisico van geen deelname

Wanneer Nuenen niet deelneemt in de GR jeugdregio is dat in strijd met de wet. In dat geval zouden jeugdhulpproducten zelfstandig moeten worden ingekocht en moet onder meer toezicht en contractbeheer lokaal worden belegd.  

Alternatieven voor geen deelname

Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft bij Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) bevestigd dat Nuenen samen met de tien andere deelnemende gemeenten is toegewezen aan deze jeugdregio. 

Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging

Algemeen bestuur: wethouder S. Walravens

Frequentie van terugkoppeling naar de raad

Structureel, bij het vaststellen van de begroting, wordt de raad in gelegenheid gesteld een zienswijze in te dienen. Daarnaast wordt de raad incidenteel betrokken, bijvoorbeeld bij wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling.  

Vennootschappen en coöperaties

NV Bank Nederlandse Gemeenten te Den Haag

Terug naar navigatie - Vennootschappen en coöperaties - NV Bank Nederlandse Gemeenten te Den Haag

Doel en openbaar belang
De BNG Bank is de bank van en voor (decentrale) overheden en instellingen op het gebied van wonen, zorg, onderwijs, energie en infrastructuur. De BNG Bank is betrokken partner voor een duurzamer Nederland. De BNG Bank stelt de publieke sector in staat maatschappelijke doelstellingen te realiseren.

Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij
Het betalingsverkeer van de BNG Bank richt zich specifiek op zakelijke klanten in de publieke sector. De BNG Bank biedt een volledig pallet aan zakelijke producten. Digitaal, efficiënt en veiligheid staan hierbij centraal.

Veranderingen en ontwikkelingen
De commerciële ambitie staat in het Commercieel Meerjarenplan van de BNG, dat een horizon heeft van 2026 tot en met 2028. Het plan beschrijft de gecontroleerde groei, met behoud van de rol van de BNG als leidende financier en partner van het publieke domein.  

Risico's
De BNG Bank is na de Staat een van de grootste emittenten van Nederland. Het door de bank uitgegeven schuldpapier heeft een credit rating AAA van Moody’s, en AA+ van Standard & Poor’s en AA+ van Fitch. Door deze topratings kan de BNG Bank tegen lage prijzen geld aantrekken op de geld- en kapitaalmarkt. Hierdoor kan de bank hun klanten lage tarieven bieden.
De BNG streeft niet naar een maximaal, maar naar een redelijk rendement op het eigen vermogen. De Staat is houder van de helft van de aandelen. De andere helft is in handen van gemeenten, provincies en een hoogheemraadschap. 

De gemeente Nuenen bezit 1.755 aandelen à € 2,50 zijnde in totaal € 4.388,-. 

Afbreukrisico van geen deelname
n.v.t.

Alternatieven voor geen deelname
n.v.t.

Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging
Deelname door de aandeelhouders. Dit zijn uitsluitend overheden.
Als aandeelhouder: M. van Dalen (wethouder).

Frequentie van terugkoppeling naar de raad
Incidenteel, afhankelijk van ontwikkelingen.

NV Brabant Water te Den Bosch

Terug naar navigatie - Vennootschappen en coöperaties - NV Brabant Water te Den Bosch

Doel en openbaar belang

Brabant Water is het drinkwaterbedrijf dat aan 2,5 miljoen inwoners en bedrijven in Noord-Brabant drinkwater levert en ervoor zorgt dat de klanten altijd en overal in Brabant kunnen rekenen op zuiver en veilig drinkwater. Een verantwoordelijke taak, waarnaar gehandeld wordt. Brabant Water streeft niet naar winst, maar wel naar de beste kwaliteit en dienstverlening.
Brabant Water biedt naast drinkwater ook water op maat en gespecialiseerde diensten en advies aan.

De gemeente heeft een belang in Brabant Water N.V. van 22.246 aandelen à € 0,10 (totaal € 2.224,60).

Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij

Brabant Water is als drinkwaterbedrijf primair verantwoordelijk voor het waarborgen van de continuïteit van de waterlevering in haar voorzieningsgebied en de kwaliteit en druk van het geleverde drinkwater.

Veranderingen en ontwikkelingen
Brabant Water levert drinkwater uit de beste bronnen. Zij zetten zich in voor betrouwbaar en schoon drinkwater. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar de beschikbaarheid van voldoende drinkwater staat onder druk. De watervraag groeit, er is sprake van klimaatverandering, we hebben te maken met drogere zomers, bodemverontreiniging en een versnelde afvoer van water. Daarom kijkt Brabant Water vooruit en neemt bewust samen met waterpartners verantwoordelijkheid voor een gezond en robuust (drink)watersysteem. Dit alles om niet alleen vandaag, maar ook in de toekomst voor voldoende en veilig drinkwater te zorgen. 

Risico's

n.v.t.

Afbreukrisico van geen deelname

n.v.t.

Alternatieven voor geen deelname

n.v.t.

Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging

Deelname door de aandeelhouders. Dat zijn de provincie Noord-Brabant en 60 gemeenten.

Als aandeelhouder: F. van Genugten (burgemeester)

Frequentie van terugkoppeling naar de raad

Incidenteel, afhankelijk van ontwikkelingen.

Stichtingen en verenigingen

Stichting Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost te Helmond

Terug naar navigatie - Stichtingen en verenigingen - Stichting Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost te Helmond

Doel en openbaar belang

Het Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost is een samenwerkingsverband tussen gemeenten, (justitiële) overheidsinstellingen en maatschappelijke organisaties. Het doel is de verbetering van veiligheid en leefbaarheid in de 21 gemeenten in Brabant Zuidoost. Het is van belang om onderscheid te maken tussen het zorg- en veiligheidshuis als professionele netwerkorganisatie en het zorg- en veiligheidshuis als facilitator voor ketenpartners. Het landelijk kader richt zich specifiek op het zorg- en veiligheidshuis als netwerkorganisatie van verschillende partners in de zorg-, de strafrechtketen en gemeenten, gericht op een ketenoverstijgende persoons-, systeem- en gebiedsgerichte aanpak van, of advisering rondom, complexe problematiek. Het zorg- en veiligheidshuis Brabant-Zuidoost is in de kern een smalle organisatie. Haar professionaliteit ligt op het gebied van procesregie, advisering en informatievoorziening.

Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij

De kracht van het zorg- en veiligheidshuis is een goede samenwerking tussen de verschillende organisaties om problemen op het gebied van veiligheid beter aan te pakken. Daarbij behouden alle partners hun eigen (wettelijke) verantwoordelijkheden.
Problemen worden in een mix van preventie, repressie en zorg aangepakt. Zo wordt geprobeerd potentieel grote problemen klein te houden. De casussen worden aangepakt middels de werkwijze Casus Op Maat en de Persoonsgerichte Aanpak.
Daarnaast kan het Zorg- en Veiligheidshuis adviseren wanneer een casus niet binnen de criteria voor procesregie valt of wanneer behoefte bestaat aan expertise of een second opinion.

Veranderingen en ontwikkelingen

Vanaf 2025 zijn de Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden (Wgs) en de Wet persoonsgerichte aanpak radicalisering en terroristische activiteiten (Wparta) van kracht. Deze wettelijke kaders geven het Zorg- en Veiligheidshuis een belangrijke basis voor de samenwerking en gegevensverwerking bij complexe casuïstiek en de persoonsgerichte aanpak van radicalisering. De implementatie van deze wetgeving wordt de komende periode verder vormgegeven.

Risico's 

Alle 21 gemeenten uit de regio nemen deel aan de Stichting en dragen daaraan bij.

Afbreukrisico van geen deelname

Er kan dan geen gebruik worden gemaakt van de voordelen die het zorg- en veiligheidshuis kan bieden, zoals informatie, expertise en menskracht. Bepaalde organisaties hebben ook aangegeven geen capaciteit te hebben om deel te nemen aan overlegstructuren in alle afzonderlijke gemeenten.

Alternatieven voor geen deelname

De gemeente moet dan zelf meer regelen en kan geen beroep meer doen op inbreng van bepaalde maatschappelijke instanties en strafrechtpartners.

Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging

Deelname door de 21 gemeenten in Zuidoost-Brabant. Samenwerking met politie, maatschappelijke en justitiële organisaties.

Alle gemeenten vaardigen een wethouder zorg of een burgemeester af als lid van het algemeen bestuur. Het betreft voor Nuenen wethouder S. Walravens.
Het Algemeen Bestuur kiest uit hun midden weer – per basisteam – een wethouder zorg en een burgemeester als lid van het Dagelijks Bestuur. Op dit moment worden de gemeenten die behoren tot het basisteam Dommelstroom vertegenwoordigd in het Dagelijks Bestuur door voorzitter burgemeester S. Otters-Bruijnen (Son en Breugel).

Frequentie van terugkoppeling naar de raad

Incidenteel, afhankelijk van ontwikkelingen.

Stichting Bureau Inkoop- en aanbestedingen Zuidoost Brabant (BIZOB) te Oirschot

Terug naar navigatie - Stichtingen en verenigingen - Stichting Bureau Inkoop- en aanbestedingen Zuidoost Brabant (BIZOB) te Oirschot

Doel en openbaar belang

Inkoopuitgaven maken een zeer groot deel uit van de jaarlijkse begroting. Door samenwerking kunnen gemeenten hun inkoop professionaliseren. Daarnaast vertaalt de kwaliteit van inkoop zich direct in de kwaliteit van producten, diensten en werken. Integer en efficiënt inkopen heeft een positieve uitstraling naar burgers, het bedrijfsleven en de eigen medewerkers. Goed ingerichte inkoopprocessen vergroten het vertrouwen van de samenleving in de manier waarop gemeenschapsgeld wordt besteed.

Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij

De gewijzigde Aanbestedingswet 2012 (Aw 2012) laat voldoende ruimte over om eigen beleid te voeren op het gebied van inkopen en aanbesteden. Het inkoop- en aanbestedingsbeleid waarborgt de naleving van wet- en regelgeving, een doelmatige inkoop en bestuurlijke integriteit. Het inkoopbeleid gaat uit van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur: openheid, objectiviteit en zorgvuldigheid. Door gebruik te maken van objectieve voorwaarden, kunnen gemeenten de keuze voor een leverancier verantwoorden. Deze helderheid biedt ook voordelen voor ondernemers, die weten waar ze aan toe zijn.

Veranderingen en ontwikkelingen

Sinds 2013 hebben gemeenten te maken met de Aanbestedingswet 2012. Op 1 juli 2016 zijn de wijzigingen op de Aanbestedingswet 2012 in werking getreden. Hiermee zijn de nieuwe Europese aanbestedingsrichtlijnen opgenomen in de Nederlandse wetgeving. Door de wijzigingen in de Aanbestedingswet hebben we te maken gekregen met wijzigingen in de dagelijkse inkooppraktijk.

Risico's

Door deel te nemen aan BIZOB wordt het risico op juridische procedures door onjuiste inkoop- en aanbestedingstrajecten verkleind.

Afbreukrisico van geen deelname

De aansluiting bij BIZOB is een keuze voor continuïteit in organisatorische en personele zin voor de invulling van de inkoopfunctie. Naast het mislopen van de mogelijk gunstigere prijzen en/of hogere kwaliteit, ligt er een afbreukrisico op gebied van efficiencyverbetering, rechtmatigheid en een versterking van de expertise.

Alternatieven voor geen deelname

In plaats van aansluiting bij BIZOB kan ook gekozen worden voor het volledig intern invullen van de inkoopfunctie. Daarnaast kan een commercieel inkoopbureau worden ingehuurd om gelijksoortige ondersteuning te bieden.

Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging

Het verzorgingsgebied van BIZOB is ingedeeld in vier clusters, te weten: 1. BOV en De Kempen regio; 2. Dommelvallei+ en Peelgemeenten; 3. Noordoost Brabant; 5. A2 regio en overig publiek.
BIZOB is een stichting en wordt aangestuurd door de gemeenten en aangesloten organisaties. Het bestuur wordt gevormd door een afvaardiging van twee bestuurders per regio. De zittingsduur voor bestuurders is vier jaar. De voorzitter van het bestuur is een burgemeester en heeft een zittingsduur van zes jaar. Daarnaast worden twee secretarissen toegevoegd aan het bestuur. Tevens neemt vanuit elke aangesloten gemeente één bestuurder deel in de Vergadering van Aangeslotenen. 

Frequentie van terugkoppeling naar de raad

Incidenteel, afhankelijk van ontwikkelingen.

Verbonden Partijen Realisatie Realisatie Realisatie Prognose Prognose Prognose Bijdrage Bijdrage
Eigen vermogen Vreemd vermogen Resultaat Eigen vermogen Vreemd vermogen Resultaat
2025 2025 2025 2027 2027 2027 2026 2027
Gemeenschappelijke regeling
Metropoolregio Eindhoven (MRE) € 21.951.686 562.686.851 waarvan voorzieningen 4.941.137 83.033 MRE 170.070 RHCe -87.037 € 20.248.016 € 64.095.041 € - € 400.689 € 410.982
Omgevingsdienst Zuidoost Brabant (ODZOB) € 4.772.368 € 3.999.049 € 916.913 € 4.492.239 € 8.443.763 € - € 461.603 € 471.562
Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) € 6.081.356 € 31.768.011 € 292.609 € 353.029 € 41.022.492 € - € 1.627.377 € 2.021.597
Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Brabant Zuidoost (GGD) € 9.439.000 € 29.987.000 € 2.180.000 € 5.800.000 € 32.781.000 € - € 1.097.190 € 1.110.525
Dienst Dommelvallei € 510.263 € 3.086.737 € -303.318 € 456.000 € 3.706.000 € - € 8.207.865 € 8.471.228
Werkvoorziening de Dommel (WSD) € 37.624.000 € 11.746.000 € 5.241.000 onbekend onbekend onbekend € 207.053 € 209.651
Reiniging Blink € - € 14.870.000 € - € - € 26.163.406 € - € 2.662.000 € 2.759.000
10voordejeugd nvt nvt nvt € - € - € - € 171.700 € 227.800
Vennootschappen en coöperaties
Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) € 4.863.000.000 € 110.701.000.000 € 172.000.000 onbekend onbekend € - € - € -
Brabant Water € 767.239.000 € 713.961.000 € 50.889.000 onbekend onbekend € - € - € -
Stichtingen en verenigingen
Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost € 983.965 € 215.236 € 126.795 onbekend onbekend € - € 8.910 € 8.910
Bureau Inkoop en aanbestedingen Zuidoost Brabant (BIZOB) € 842.101 € 2.050.079 € 1.737.287 onbekend onbekend onbekend € 301.254 onbekend